Kleinschaligheid verdwenen Haren de Krant februari 2020

Wim Sonneveld bezong in ‘Het dorp’, dat prachtige lied, “De moderne tijd, net wat u zegt”, het verdwijnen van gezelligheid, vertrouwdheid, kleinschaligheid.
Ook in deze tijd nog actueel, denk aan de samenvoeging van Haren en Ten Boer bij Groningen en de weinige en grote veeteeltbedrijven die er nu nog zijn in onze voormalige gemeente. Die schaalvergroting van boerenbedrijven die mede geleid heeft tot de huidige stikstofproblematiek.
Eén van de oplossingen schijnt nu ‘circulair boeren’ te zijn. Terwijl dat in vroegere tijden in onze hoofdzakelijk agrarische gemeente met tweederde van de beroepsbevolking werkzaam in het gemengde boerenbedrijf van landbouw en veeteelt al het geval was.
Alles wat de boer nodig had kwam uit de nabije natuur zoals turf als brandstof uit de drassige polders evenals het riet voor de dakbedekking, klei voor het bakken van stenen, hout uit de bossen voor gebinten en planken, zwerfkeitjes als fundering voor de boerderij en wegverharding, landbouwgewassen als koren, haver, gerst, bieten en aardappelen voor eigen gebruik en als veevoer evenals hooi en eikels als varkensvoer.
Het wild als voedsel: vis uit het meer, eenden gevangen in de eendenkooi, fazanten, hazen. Het vee: runderen voor vooral de melk, varkens voor de slacht, kippen voor de eieren en schapen voor het kort houden van de heide en de mestproductie. Een mestprobleem bestond so-wie-so niet, alle mest werd gebruikt voor het meer vruchtbaar maken van het land, wat ook gebeurde door deafzetting van vruchtbaar slib aan de oevers van het Zuidlaardermeer, toen nog in open verbinding met de zee via het Reitdiep.
Kleine boeren waren hoofdzakelijk zelfvoorzienend, het weinig wat overbleef werd ‘geruild’ voor diensten (molenaar, kleermaker, schoenmaker, smid e.d.), grotere boeren verkochten hun ‘overschot’ op de markt in Groningen.
Producten voor de handel waren vooral een soort raapjes, de zgn. Harener knollen die zelfs naar Duitsland geëxporteerd werden en chicorei voor het maken van surrogaatkoffie. 
En er werd samengewerkt in ‘boermarken’, waarin o.a. afspraken gemaakt werden over de data van zaaien, hooi maaien, rogge oogsten, onderhoud van dijken en wegen e.d.
Om ook te eindigen met Wim Sonneveld: ”Die tijd het is voorbij, er blijven slechts herinneringen”, hoe passend bij een stukje over geschiedenis.
Gertjan Hakkaart