Organisation Todt: Hennie J. Oomkes en Bertus Burema

Om de geallieerde troepen, die vanaf medio 1944 naderden, tegen te houden, werden in Nederland allerlei verdedigingswerken aangelegd: tankgrachten, schuttersputjes en loopgraven. Een en ander werd georganiseerd door de Duitse Organisation Todt (OT), genoemd naar Fritz Todt, die in 1938, als minister van Bewapening en Munitie deze organisatie oprichtte.

Voor het graafwerk werden alle mannelijke inwoners tussen de zeventien en vijftig jaar opgeroepen. Zij dienden zich per gemeente te melden en werden, voorzien van eigen schep of spade, ergens in de provincie ingezet.

In Haren werden loopgraven gegraven tussen het Noord Willemskanaal en de Westerse Drift en een tankgracht aan de Rijksstraatweg bij ’t Huis De Wolf. Door het land van boer Jansen, tussen de Kromme Elleboog en de achtertuinen van de Stationsweg, waar nu de Oude Brinkweg is, werden loopgraven gegraven.
Ook in Onnen en Glimmen werden tankgrachten en loopgraven aangelegd.
De werkmannen die van elders kwamen, werden ingekwartierd bij Harense burgers.

De Harense gemeentesecretaris Pieter Wierenga saboteerde de OT-organisatie en moest dat met de dood bekopen.

Inkwartiering bij Hennie Oomkes
Hennie J. Oomkes woonde met haar ouders aan de Kromme Elleboog. In het laatste oorlogsjaar werden tientallen mannen uit Beerta, Finsterwolde, Ezinge en Nieuw Statenzijl ondergebracht bij de bewoners van de huizen aan de Kromme Elleboog.

Bij de familie Oomkes werden dertien wildvreemde mannen ingekwartierd. Putjesscheppers, zo werden ze genoemd, herinnert Hennie zich. Vader Oomkes timmerde in de keuken banken, waar de mannen op konden zitten. Ze zaten daar met zijn allen in de keuken met een grote kachel in het midden, rondom die kachel op de banken. Eten kregen ze van de OT. De mannen sliepen in het stro op de niet afgetimmerde bovenverdieping. Ze bleven wekenlang. Toen het werk klaar was, werden ze naar een ander dorp gedirigeerd. Daarna kwamen er twee OT-ers, Duitsers. Maar die sliepen in echte bedden, niet in het stro.

Inkwartiering bij Bertus Burema
Bij Bertus Burema thuis werd in het laatste oorlogsjaar een Duitse wachtmeester ondergebracht, die zijn werkzaamheden had in de Tuindorpschool. Hij sliep ook niet op stro. Er kwam iemand van de gemeente, die door het huis liep en de grootste en mooiste slaapkamer uitkoos, aan de voorkant. Midden in de nacht ging de bel, een Nederlander riep: “Uw inkwartiering is er”. De wachtmeester at in de Tuindorpschool en zat in huize Burema altijd boven op zijn kamer. Toen kwam er bericht dat er vijftien OT-ers ingekwartierd zouden worden. Het stro was al gebracht, de woonkamer zou ervoor ontruimd worden. In de hele buurt kwam inkwartiering.
Maar de Duitse militair wilde die extra logees niet in huis hebben en hij zorgde ervoor dat ze niet kwamen.

Pieter Wierenga
In de herfst van 1944 kreeg de gemeente Haren opdracht een lijst samen te stellen van alle mannen die beschikbaar waren om graafwerkzaamheden voor de OT uit te voeren. Onder leiding van gemeentesecretaris Pieter Wierenga werd de lijst gesaboteerd. De burgemeester, de NSB’er De Waard, ontdekte de malversaties en gaf opdracht een nieuwe lijst te maken. Het gemeentepersoneel weigerde dit: een collectieve verzetsdaad. Wierenga deelde dit besluit op 16 november 1944 mee aan de burgemeester. Het voltallige personeel was inmiddels vertrokken om te gaan onderduiken. Wierenga vertrok zo snel mogelijk op de fiets richting Emmen om daar te gaan onderduiken. Bij De Punt werd hij aangehouden door patrouillerende landwachten. Zij waren niet op de hoogte van de gebeurtenissen in het gemeentehuis, hun aandacht ging vooral uit naar de bagage van Wierenga. Daarin zat een kistje sigaren en tabak. De landwachten zagen hem aan voor een illegale handelaar en namen hem mee naar het landwachthuis in Vries. Hier belden zij burgemeester De Waard, die ogenblikkelijk de SD naar Vries stuurde. Achter het wachtlokaal van het landwachthuis werd Pieter Wierenga doodgeschoten door een SD’er.

De werkzaamheden in Haren
Het weer zat de Duitsers niet mee in de winter 1944/45. Eerst liepen de loopgraven voortdurend vol water en zakten de zijkanten in door de aanhoudende regen. Ook saboteerden de omwonenden de werkzaamheden. Toen ging het stevig en langdurig vriezen, waardoor er niet gegraven kon worden. Op 7 april werden de graafwerkzaamheden definitief gestaakt. Een week later werd Haren bevrijd.

Het huis aan de Rijksstraatweg
Op enig moment heeft Hennie Oomkes de ingekwartierde Duitsers op de fiets naar een villa aan de Rijksstraatweg gebracht. Een prachtig huis, naast het kinderziekenhuis, thans Guyot. Die villa is kort na de oorlog zomaar afgebroken. Hennie zou erg graag weten waarom dat huis moest verdwijnen. Is er een lezer die hier iets over kan vertellen?

Wil Legemaat
Dit verhaal verscheen in 2010 in Haren dé Krant