De geschiedenis van de Wilhelminalaan

In 1732 brengt Henricus Teijsinga in opdracht van de provincie Groningen de eigendommen van de provincie in Essen, Dilgt en Haren in kaart. Het betreft hier de zogenaamde provincielanden, landerijen die na de opheffing van de kloosters in 1595 in handen zijn gekomen van de provincie. In ons gebied gaat het dan om de eigendommen van het voormalig klooster Yesse te Essen. We mogen er van uit gaan, dat de situatie, die Teijsinga in kaart brengt, nauwelijks afwijkt van die van omstreeks 1500. Na dat jaar heeft het klooster Yesse zodanig te lijden van plunderingen en bezettingen, dat het geen nieuwe eigendommen meer zal hebben verworven en de provincie heeft tot 1732 nauwelijks percelen verkocht.

Op één kaartblad geeft Teijsinga de eigendommen aan in Haren en Onnen. De linkerhelft van die kaart ziet u op de afbeelding links. Vervolgens heb ik een deel van de kaart rechts uitvergroot. Het gaat op dit kaartblad om een groot aantal verspreid liggende landerijen, die behoren bij een boerderij aan de Kerkstraat, die op de kaart links te zien is achter de kerk. Alle percelen krijgen van Teijsinga een nummer. Omdat Teijsinga alleen de percelen van de provincie tekent, is het niet altijd eenvoudig om de exacte ligging te bepalen. Wat te denken van het hierbij afgebeelde perceel 2? Ik help u op weg. Boven langs het perceel loopt de “Heere weg na de Punt en Landschap Drenthe”. Dit is de huidige Rijksstraatweg. Onder langs het perceel loopt ook een weg. Dit is de Westerse Drift inclusief de knik bij de huidige Wilhelminalaan. De perceelsgrens aan de rechterzijde, kunt u in programma’s als Google Maps goed terugzien. Het is de zuidelijke grens van de percelen aan de Wilhelminalaan en deze lijn loopt kaarsrecht door als de grens tussen de percelen Beatrixlaan 4 en 6 en de percelen Rijksstraatweg 225 en 227 (benzinestation Total). Ik kom hier nog op terug.

In 1795 verwerft Roelf Koops de boerderij aan de Kerkstraat met de bijbehorende landerijen. Roelf Koops bekleedt in de jaren daarna in Haren belangrijke maatschappelijke posities als loco-burgemeester, wethouder en kerkvoogd. Hij gaat overigens niet aan de Kerkstraat wonen, maar in een boerderij op de hoek van de Rijksstraatweg en de Meerweg (nu Rijksstraatweg 153 tm 159 en Meerweg 1 tm 5). In 1883 bouwt de familie Koops een nieuwe boerderij. Deze boerderij komt te staan op het afgebeelde perceel 2 (nu Rijksstraatweg 217). Bewoner van de boerderij wordt kleinzoon Roelof Koops. Net als zijn grootvader is ook Roelof lange tijd wethouder. In 1912 bouwt Roelof Koops voor zichzelf een huis naast de boerderij. Deze woning staat er nog steeds (Rijksstraatweg 219), maar heeft door een forse verbouwing in 1937 veel van de oude detaillering verloren. Roelfs zoon Willem gaat na 1912 met zijn gezin op de boerderij wonen.

In 1918 wordt de familie Koops zwaar getroffen door de Spaanse griep. Binnen een paar maanden overlijden vader Roelof Koops, zoon Willem Koops, schoondochter Renske Brink en kleindochter Roelina Koops. Er is geen basis meer om de exploitatie van de boerderij voort te zetten. Alles gaat in de verkoop. Kopers zijn vooral grondspeculanten. Zij willen ter plekke woningbouw plegen. De bekende architect Kuiler dient zelfs een plan in om tussen de boerderij en de woning Rijksstraatweg 219 een weg aan te leggen om het achterliggende terrein te ontsluiten voor woningbouw. Een soort Wilhelminalaan avant la lettre. Hier voelt de gemeente echter niets voor, omdat dit teveel concurrentie zou betekenen voor het net door de gemeente zelf in exploitatie genomen Julianapark aan de andere zijde van de Rijksstraatweg.

De bouw van één woning met een ontsluiting naar Rijksstraatweg op het achter terrein kan de gemeente niet tegen houden. Deze woning wordt in 1920 gebouwd door de gescheiden van haar man levende mevrouw Oppenheim-Wouters. Het ontwerp is van de bekende architect Wittop Koning. De ontsluitingsweg naar deze woning loopt over het noordelijk deel van het perceel van de huidige woning Rijksstraatweg 223. De woning zelf krijgt daarom later het adres Rijksstraatweg 221. We kennen de woning nu als Wilhelminalaan 10. In 1921 bouwt de architect/aannemer Meindert Gerben Eelkema op het perceelsgedeelte aan de Rijksstraatweg de dubbele woning Rijksstraatweg 223/225.

Tot 1930 liggen de plannen voor bebouwing van het achter terrein stil. Dan komt er weer schot in de zaak. Ook al, omdat nu een combinatie wordt gezocht met het naastgelegen perceel van de familie Hemmes. Zo krijgt in 1933 het plan voor de aanleg van de Wilhelminalaan en de Emmalaan vorm. Ongeveer op de perceelsgrens van de beide percelen wordt de ontsluiting naar de Rijksstraatweg aangelegd. Daarna volgt de splitsing in twee lanen. De boerderij van de familie Koops wordt kort na de aanleg van de nieuwe weg afgebroken en vervangen door een bankgebouw annex kassierswoning van de Boerenleenbank. Dit gebouw is 40 jaar later weer afgebroken en vervangen door de huidige Rabobank. De woning van mevrouw Oppenheim komt aan de nieuwe Wilhelminalaan te liggen, maar wijkt qua vormgeving en ligging duidelijk af van de andere bebouwing.

Na 1933 worden aan de Wilhelminalaan en de Emmalaan in hoog tempo woningen gebouwd. En dat ondanks de crisisjaren! Nog voor de oorlog is de woningbouw bijna geheel gerealiseerd. In het Nieuwsblad van het Noorden wordt lovend geschreven over de nieuwe lanen en “de vooruitgang van Haren”. Op één perceel blijft de bouw van een dubbele woning nog achterwege. Dit is het perceel Wilhelminalaan 2/4. Waarschijnlijk heeft het uitstel te maken met het overlijden van de koper van het bouwperceel. Dit uitstel geeft de gemeente in 1955 de kans een deel van het perceel te kopen voor de aanleg van de Beaxtrixlaan. De woningbouw op het perceel wordt vervolgens een kwart slag gedraaid. Wilhelminalaan 2/4 wordt zo Beatrixlaan 2 en 4.

De columns ‘Harener Historie’ worden geschreven door Eppo van Koldam. De eerste 78 columns zijn verschenen in het Harener Weekblad. De serie is per 1 april 2020 voortgezet op www.oldgo.nl. Voorafgaand aan de serie in het Harener Weekblad zijn in 2016 ook al enige columns gepubliceerd in het toen in het dorp Haren uitgeven blad Ons Haren. Deze column is eerder gepubliceerd in Ons Haren op 21 september 2016.