Ouderenzorg ca 1830

De ouderenzorg is tegenwoordig een item, dat de gemoederen behoorlijk bezig houdt. Hoe zorgen we voor een systeem van goede en betaalbare ouderenzorg? De vraag die zich dan opdringt is: hoe ging dat vroeger?

Voor we die vraag beantwoorden, moeten we ons realiseren, dat er vroeger veel minder bejaarden waren dan nu. In 1830 telt het dorp Haren op 633 inwoners slechts zestien inwoners boven de 70 jaar. Van deze groep zijn vier personen ouder dan 80 jaar. In 1830 maken de leeftijdsgroepen tot 40 jaar het grootste deel van de bevolking uit, terwijl het zwaartepunt nu juist ligt bij de groepen vanaf 40 jaar. Nu is 2% van de inwoners ouder dan 90 jaar. In 1830 ontbreekt die groep geheel.

Eigenlijk was het systeem vroeger eenvoudig: zorg tot het laatst toe voor je zelf. Dat betekent voor de meeste mensen ook letterlijk doorwerken tot de laatste snik. Maar dat is uiteraard niet altijd mogelijk. Met de leeftijd komen de gebreken en wat dan? Van de zestien inwoners boven de 70 jaar in 1830 wonen er acht samen met één of meer kinderen, twee wonen bij andere familie, twee wonen zelfstandig en vier in het armenhuis. Dat armenhuis stond toen aan de Kerkstraat. Ik heb daarover begin dit jaar een artikel geschreven in het blad ‘Harens Old Goud’ van de Harense Historische Kring ‘Old Go’.

Bij het samen wonen met familie komen ook de financiën om de hoek kijken. Kinderen hebben meestal uitzicht op het erven van de ouderlijke woning. Bovendien hebben de kinderen die bij hun ouders blijven wonen al een gratis woning. Maar neem je zo maar een oom of tante in de kost? Zeker als jij niet bij die oom of tante intrekt, maar die oom of tante bij jou. Van wat dan om de hoek komt kijken vond ik een leuke illustratie.

In 1812 woont er in Haren een Maurits Popkes. Aanvankelijk kon ik deze persoon nergens thuis brengen. Tot ik zijn overlijden vond op 10 januari 1821 te Groningen. Maurits blijkt te zijn overleden in het armenhuis bij de Steentilpoort. Hij is dan 88 jaar oud. In zijn memorie van successie staat, dat Maurits tot kort voor zijn overlijden in Haren heeft gewoond. In Haren is hij getrouwd geweest met Jantje Hindriks en heeft hij een woning bezeten aan de Kromme Elleboog. Waarschijnlijk overlijdt zijn vrouw kort na 1800. Maurits is dan 70 jaar en dreigt achter te blijven zonder goede verzorging. Dit is aanleiding om een regeling te treffen met zijn neefje Jan Jans Sluurman, kleermaker wonende aan de Rijksstraatweg. Jan Jans Sluurman is een zoon van Trientijn Hindriks, een zuster van Maurits overleden echtgenote Jantje Hindriks. De vader van de zusjes Hindriks is Hindrik Jans Snijder. Hij wordt in 1734 al genoemd als kleermaker te Haren en is afkomstig uit Laar in Duitsland. Op 20 augustus 1805 spreken Jan Jans Sluurman en Maurits Popkes af, dat Maurits bij het gezin Sluurman intrekt tegen betaling van een kostgeld van f.2,- per week. Maurits heeft dat geld niet, maar dat is geen probleem, want zijn woning aan de Kromme Elleboog biedt voldoende onderpand.

De inwoning van Maurits bij de Sluurmannetjes duurt tot 1820, om precies te zijn 15 jaar, vijf weken en twee dagen. Over die periode is Maurits f 1.570,- schuldig. Eenmaal naar Groningen vertrokken, verkoopt Maurits daar zijn huis aan de Kromme Elleboog voor f.400,- aan ene J.H. Smit. Nu is Sluurman zijn onderpand kwijt. Dat accepteert hij niet en hij vecht de verkoop aan. Als Maurits Popkes kort daarop overlijdt, is de procedure daarover bij de rechtbank nog aanhangig. We mogen er van uit gaan, dat deze procedure gunstig voor Sluurman is afgelopen, want in 1830 is zijn oudste zoon Hendrik Sluurman eigenaar van de woning Kromme Elleboog B31 (nu Kromme Elleboog 9). Zoon Albert woont dan met vrouw en kind bij vader Jan Jans aan de Rijksstraatweg A13 (nu Rijksstraatweg 220). Als vader Jan Jans Sluurman in 1831 overlijdt, ruilen zijn beide zonen hun panden. Hendrik gaat dan naar de Rijksstraatweg en Albert naar de Kromme Elleboog.

Het pand aan de Rijksstraatweg blijft tot 1856 eigendom van de familie Sluurman. In 1880 breekt Jan Vedder de oude woning af en bouwt hiervoor in de plaats een aantal kleine woningen. In 1952 worden deze woningen vervangen door het huidig complex met winkels en portiekwoningen. Het pand aan de Kromme Elleboog blijft tot 1915 eigendom van de familie. In 1954 breekt aannemer Gerad Groenwold de oude opstal af en bouwt hiervoor in de plaats een dubbele woning. Uit de laatste periode van het oude boerderijtje – toen bewoond door rietdekker Berend Ebels - is nog een foto bewaard gebleven en die foto heb ik boven deze bijdrage geplaatst.

De columns ‘Harener Historie’ worden geschreven door Eppo van Koldam. De eerste 78 columns zijn verschenen in het Harener Weekblad. De serie is per 1 april 2020 voortgezet op www.oldgo.nl. Voorafgaand aan de serie in het Harener Weekblad zijn in 2016 ook al enige columns gepubliceerd in het toen in het dorp Haren uitgeven blad Ons Haren. Deze column is eerder gepubliceerd in Ons Haren op 16 november 2016.