Verdwenen landhuizen en bloedzuigers

Zaterdag 15 oktober a.s. is de ‘Dag van de Harener Geschiedenis’. Vorig jaar besloten de Harense Historische Kring Old Go, het Bezoekerscentrum Yesse, de stichting Gedeelde Verhalen en de Harener Historische Commissie te gaan samenwerken onder de noemer Historisch Platform Haren. Het eerste zichtbare resultaat van deze samenwerking is de groots opgezette Dag van de Harener Geschiedenis. Het thema van de dag is ‘Verdwenen Haren’.

Zelf mag ik op 15 oktober a.s., als één van de vele sprekers, een bijdrage leveren in de vorm van een korte lezing over verdwenen landgoederen. Uiteraard kom ik dan ook te spreken over het landgoed Emdaborg aan de Oosterweg in Haren. Momenteel start op het perceel van dit voormalige landgoed de bouw van de volgende fase van het uitbreidingsplan Haren-Noord. De Emdaborg is al in de 18e eeuw afgebroken en het daarna nieuw gebouwde landhuis Zorgvrij trof in 1833 hetzelfde lot. Ik kom daar op 15 oktober a.s. uiteraard uitvoeriger op terug. Maar wat gebeurde er daarna? En waar komt het verhaal vandaan, dat in de vijver van het voormalig landgoed bloedzuigers werden gekweekt?

Jan Rudolf Muller wordt op 25 november 1816 geboren in Groningen. Zijn vader is in Groningen advocaat, maar overlijdt als Jan Rudolf nog maar tien jaar oud is. Jan Rudolf begint op ongeveer 20-jarige leeftijd een veilinghuis aan de Carolieweg in Groningen. Hij verkoopt vooral inboedels, maar ook wel partijen hout en winkelinventarissen. In 1840 verplaatst Jan Rudolf zijn bedrijf naar een groter pand in de Gelkingestraat. Zijn zusje Sara huwt in 1842 met de arts Johannes Goldschmid Nanninga. Waarschijnlijk komt Jan Rudolf samen met zijn zwager tot een geniaal plan: het opzetten van een kwekerij voor bloedzuigers. Bloedzuigers worden in die tijd namelijk op grote schaal gebruikt voor medische doeleinden. Als locatie kiest Jan Rudolf het terrein van Zorgvrij in Haren. De voormalige visvijver lijkt ideaal voor het kweken van de bloedzuigers. Hij koopt het terrein in 1841 en laat er vervolgens een herenhuis en een boerderij op bouwen. Zorgvrij lijkt herboren!

Intussen trouwt Jan Rudolf in 1844 met Jantje Mesdag. Jantje stamt uit een welgestelde doopsgezinde familie uit Bolsward. Haar vader Gilles is rond 1800 met twee broers verhuisd naar Groningen. Gilles begint daar aan de Hoge der A (hier wonen in die tijd bijna uitsluitend doopsgezinde handelslieden) een azijnfabriek. Zijn broer Klaas wordt – ook aan de Hoge der A - graanhandelaar en later bankier. Twee zonen van Klaas – Hendrik Willem en Taco - worden eerst ook bankier, maar kiezen later voor hun passie: schilderen.

Begin 1845 wordt zoon Oncko van Jan Rudolf en Jantje in Groningen geboren. Kort daarop zal het jonge echtpaar naar Haren zijn verhuisd. Daar blijkt het kweken van bloedzuigers direct een groot fiasco. De schulden stapelen zich al snel op. Begin 1846 biedt Jan Rudolf zijn pakhuis aan de Gelkingestraat te koop aan. Hij kan het tij echter niet keren en op 28 juli 1846 gaan ook het herenhuis ‘met spatieuze tuin en veel vruchtdragende boomen’ en de boerderij in Haren in de verkoop. Veel belangstelling zal er niet geweest zijn, want uiteindelijk wordt zwager Nanninga de koper. Wanhopig zoeken Jan Rudolf en Jantje naar een uitweg. In een brief, die zij ondertekent met ‘Uw ongelukkige dochter’ smeekt Jantje haar vader om hulp bij het vinden van een goede baan voor haar man. De economische situatie is echter slecht en met de azijnfabriek van vader Gilles gaat het ook niet zo best meer. Er is voor Jan Rudolf en Jantje in Nederland geen toekomst meer. Op 20 maart 1848 wordt de gehele inboedel in Haren verkocht. Dit inclusief de levende have op de boerderij: twee paarden, zeven koeien, een schaap en een hond. Zij emigreren ‘in de hoop op tijdelijke welvaart’, zoals in de registers wordt vermeld.

In het najaar van 1848 komen Jan Rudolf en Jantje met Oncko en de in Haren geboren Gilles aan in New York. Zij reizen door naar de plaats Amsterdam in Sheboygan County in de staat Wisconsin. Een streek waar ook veel andere Nederlandse emigranten wonen. Hier lukt het ze om met hard werken een redelijk bestaan op te bouwen met een houtzaag- en korenmolen op stoom. Zij krijgen nog drie kinderen, waarvan er één jong overlijdt. In 1860 overlijdt zoontje Gilles aan de cholera. Jan Rudolf overlijdt een jaar later. Jantje zet dan alleen hun bedrijf voort. Jantje overlijdt in 1899 in de stad Milwaukee. Zij heeft haar Nederlandse familie nooit meer terug gezien. In Nederland kent men haar alleen van een foto.

Johannes Goldschmidt Nanninga slaagt er in om het complex in Haren in 1848 te verkopen aan de landbouwer Jan Jans van Hemmen. Deze breekt het herenhuis af. Het boerderijtje laat hij staan en verhuurt hij. In 1870 wordt dwars over het terrein de spoorlijn Groningen-Zwolle aangelegd. Kort na 1900 volgt dan de bouw van een pompstation van het waterbedrijf. Hendrik van Hemmen, landbouwer op de boerderij Laankamp aan de Rijksstraatweg en achterkleinzoon van Jan Jans van Hemmen, verkoopt het resterende perceel aan de Oosterweg in 1965 aan de gemeente. Tien jaar later wordt op het terrein een sportcomplex aangelegd, dat nu dus al weer vervangen wordt door woningbouw. De nieuwe bewoners wonen hier straks aan de straat ‘Essenlande’.

Aan de Grootslaan, over het spoor, ligt nog steeds de vijver waarmee Jan Rudolf Muller goud dacht te verdienen. Van bloedzuigers geen spoor.

De columns ‘Harener Historie’ worden geschreven door Eppo van Koldam. De eerste 78 columns zijn verschenen in het Harener Weekblad. De serie is per 1 april 2020 voortgezet op www.oldgo.nl. Voorafgaand aan de serie in het Harener Weekblad zijn in 2016 ook al enige columns gepubliceerd in het toen in het dorp Haren uitgeven blad Ons Haren. Deze column is eerder gepubliceerd in Ons Haren op 5 oktober 2016.