Huize Esserberg

Quintijn Jansen is omstreeks 1610 een koopman in de stad Groningen. Hij komt uit een familie van zeepmakers. Door slim zakendoen en door het sluiten van goede huwelijken weten zijn nazaten zich snel omhoog te werken op de sociale ladder. Die nazaten gebruiken allemaal de familienaam Quintus. Vooral achterkleinzoon Justus Datho Quintus verwerft veel aanzien door zijn huwelijk met de jonkvrouw Catharina Johanna Alberda. Justus Datho is in het bezit van het landgoed Groenestein te Helpman. In Groningen is hij een aantal jaren burgemeester. Zijn drie zonen worden later alle drie door Koning Willem I in de adelstand verheven en voeren de titel Jonkheer.

Eén van de zonen van Justus Datho Quintus is Onno Joost Quintus. Hij bouwt omstreeks 1840 in Haren het Huize Hemmen. Een andere zoon is Willem Jan Quintus. Deze woont in Huize Rustlust te Helpman vlakbij het landgoed Groenestein (nu staat op de locatie van Rustlust het verpleeghuis Coendershof). Twee zonen van Willem Jan volgen het voorbeeld van hun oom. Ook zij bouwen een buitenhuis in Haren. Johan Wichers Quintus bouwt Huize Esserberg en Jacobus Johannes Aricius Quintus bouwt Huize De Kamp. Dit laatste huis is inmiddels afgebroken en stond op de hoek van de Esserweg en de Verlengde Hereweg.

In de 19e eeuw komt de Hereweg bij de Groningers steeds meer in trek voor een leuke wandeling. De drie huizen van de familie Quintus bieden dan een mooi oriëntatiepunt. Wil je niet al te ver, dan keer je terug bij de eerste Quintus (Huize De Kamp), een tikkeltje verder ligt het keerpunt bij de tweede Quintus (Huize Esserberg) en voor de stevige wandeling ga je door tot de derde Quintus (Huize Hemmen). De echte fanatiekelingen lopen uiteraard door naar herberg De Jagtwagen (later De Horst) in Haren. Huize De Kamp beschikt niet over een vijver en wordt daarom ook wel de droge Quintus genoemd. Huize Esserberg en Huize Hemmen zijn allebei ‘nat’.

Over de familie Quintus en hun huizen in Haren valt veel te vermelden. Dat zal ik ook zeker nog doen. Deze keer beperk ik me tot één huis: Huize Esserberg.

Je zou verwachten, dat van een markant pand als Huize Esserberg veel gegevens bekend zijn. Dat valt tegen. Het pand is aangewezen als gemeentelijk monument, maar de gegevens die in de gemeentelijke monumentenlijst vermeld worden, hebben helemaal geen betrekking op Huize Esserberg, maar de op de naastgelegen villa Esserhoeve. De gegevens uit de gemeentelijke lijst zijn deels overgenomen op een lijst, die gepubliceerd wordt op Wikipedia. Die laatste lijst vermeldt op gezag van het boek Monumenten in Nederland, deel 4, uitgegeven door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, dat de bouw plaats gevonden zou hebben omstreeks 1875. Een andere onderbouwing voor dat gegeven dan “uit de dikke duim” is er echter niet. Dat lijkt allemaal wat vreemd, maar voor 1905 zijn er nog geen bouwvergunningen. Je zult in het gemeentelijk archief dus tevergeefs zoeken naar bouwtekeningen. Voor het verkrijgen van een beeld van de bouwhistorie zijn andere bronnen nodig. Overigens hebben ook sommige producenten van ansichtkaarten het moeilijk met de juiste locatie van Huize Esserberg.

Johan Wichers Quintus koopt in 1848 een boerderij te Essen met alle daarbij behorende gronden. Die gronden liggen deels tussen de Rijksstraatweg en de Kerklaan. Aan de Rijksstraatweg liggen twee percelen naast elkaar. Alleen het meest noordelijke perceel loopt door tot de Kerklaan. Het is Johan Wichers Quintus vooral om deze percelen te doen. De boerderij te Essen en andere gronden doet hij later weer van de hand. Op de percelen aan de Rijksstraatweg bouwt hij Huize Esserberg en een tuinmanswoning. We weten vrij exact, wanneer deze bouw plaats vond. Dat hebben we te danken aan Johannes Berkman. Johannes is als metselaar betrokken bij de bouw, maar hij denkt wat sneller rijk te kunnen worden. In het weekend van zaterdag 7 september 1850 gaat hij stiekem naar de bouwplaats en steelt daar uit de werkloods gereedschappen van zijn kameraden. Zijn misdrijf komt uit en hij wordt daar op 20 juni 1851 zwaar voor gestraft: vier jaar gevangenisstraf.

Huize Esserberg wordt door Johan Wichers Quintus uitsluitend gebruikt als zomerverblijf. Een inwoner van de gemeente Haren is hij niet. Dat ligt anders voor zijn tuinman, die woont het gehele jaar in het tuinmanshuis. De eerste tuinman die in het bevolkingsregister van de gemeente wordt vermeld is Harmen Roelof Struvé. Hij komt op 1 februari 1851 in Haren wonen. Dat klopt precies met de bouw in 1850.

Vanaf 1882 wordt Huize Esserberg regelmatig gebruikt door dochter Aleida Sibilla Sara Quintus en haar man Carel Coenraad Geertsema. Geertsema is van 1892 tot 1917 Commissaris der Koningin in de provincie Groningen. Hun zoon Johan Herman Geertsema maakt het huis in 1917 geschikt voor permanent verblijf. Kort voor 1920 wordt het tuinmanshuis afgebroken. Op de daardoor vrijgekomen locatie wordt in 1920 door dochter Wibbina Maria Geertsema en haar man Louis Bothenius Lohman een nieuw huis gebouwd, de villa Esserhoeve. Dit huis brandt in 1935 af, maar wordt in dezelfde stijl herbouwd. Louis Bothenius Lohman is in 1920 voorzitter van het comité van actie tegen de annexatie der gemeente Haren door de gemeente Groningen. Aan de Kerklaan wordt een nieuw tuinmanshuis gebouwd. De familie Geertsema bezit in Haren veel eigendommen. Onder andere het Scharlakenbos, dat daarom ook wel Geertsemabos wordt genoemd.

In 1946 wordt Huize Esserberg met het bijbehorende landgoed eigendom van de jezuïetenorde met de bedoeling hier een jezuïetencollege inclusief internaat te stichten. Dat wordt het Sint Maartscollege. De villa Esserhoeve wordt het onderkomen van de paters. In 1960 wordt op het terrein een school gebouwd. In 1999 volgt nog weer volledige nieuwbouw. In 2003 verdwijnen de laatste paters. Het Sint Maartenscollege wordt Maartenscollege en villa Esserberg wordt weer een woonhuis. In Huize Esserberg is nu de internationale school gehuisvest. De percelen aan de Kerklaan zijn in gebruik als sportveld, maar de hockeyclub HMC, die op deze velden jarenlang roem vergaarde, is in 1997 ter ziele gegaan.

De columns ‘Harener Historie’ worden geschreven door Eppo van Koldam. De eerste 78 columns zijn verschenen in het Harener Weekblad. De serie is per 1 april 2020 voortgezet op www.oldgo.nl. Voorafgaan aan de seirie in het Harener Weekblad zijn in 2016 ook al enige colomns gepubliceerd in het toen in het dorp Haren uitgeven blad Ons Haren. Deze column is eerder gepubliceerd in Ons Haren op 31 augustus 2016.