Sterke genen

In de Groninger Courant van 1 februari 1831 lezen we het volgende. “Te Voorveld, onder Haren, is op den 29 dezer, in de hoogen ouderdom van ruim 87 jaren overleden Hillegien Jans Adolfs, welke 62 jaren is gehuwd geweest met den nog in leven zijnde grijsaard Folkert Eisses. De overledene is tot het laatste ogenblik haars levens in volkomen bezit van al hare zintuigen geweest en laat een talrijk kroost achter van de twaalf door haar ter wereld gebragte kinderen, die, hetgene bijzonder is, alle tot gevorderde jaren hebben geleefd en waarvan in den jare 1826 successivelijk drie zijn overleden, de overige nog in leven zijnde negen kinderen maken met 46 kleinkinderen en achterkleinkinderen een getal van 64 harer nakomelingen uit.”

De basis van de familie Eisses ligt, het blijkt ook al uit het bericht in de krant, op het landgoed Voorveld (Rijksstraatweg 361 Haren). Ik vermoed, dat de vader van Folkert Eisses zich daar gevestigd heeft als pachtboer. Folkert Eisses wordt zelf in diverse aktes vermeld als pachter van de familie van Berckhuijs, later van Hendrik Nicolaas Laclé en ten slotte van diens schoonzoon Carel Willem Hendrik Haack. Allemaal bezitters van het landgoed Voorveld. Als Folkert een jaar na zijn vrouw overlijdt, worden op 14 maart 1832 zijn roerende goederen publiek verkocht. De advertentie vermeldt onder andere: twee bruine merriepaarden, zes melkkoeien, vier kalfvaarzen, vier vaarzen, vier kalveren en een varken. Dat is voor die tijd een hele redelijke veestapel.

Lang niet alle kinderen van Folkert en Hillegien blijven in Haren wonen. De zonen Jan Folkert en Adolf doen dat wel en zij krijgen respectievelijk elf en tien kinderen. Daardoor kan de familie in korte tijd uitgroeien tot in een in de gemeente wijdverbreide familie, of het nu in Haren, Glimmen, Onnen of Noordlaren is, overal woont wel een Eisses. Kleinzoon Folkert Eisses trouwt met Alberdiena Sluiter, afkomstig van de Kromme Elleboog op het hierna genoemde adres B25A. Over hem vinden we de volgende interessante vermelding van de burgemeester aan de gouverneur en de officier van justitie. “Op donderdag den 16 februari 1835 des avonds ongeveer de klokke 9 uren, als wanneer de veldwagter der gemeente van zijnen inspectie door de gemeente huiswaarts was gekeerd, dat hem kennis werd gegeven, als dat in de behuizing van de weduwe Jan Lucas Sluiter, zijdwaarts van Haren, aan de Achterweg, letter B nr 25A zich ene verzameling personen bevonden welker getal verdagt voorkwamen. Waarop hij zich naar gemelden woning heeft begeven ten einde onderzoek te doen, edoch aan het voormelde huis gekomen zijnde, zoo werd denzelven door de inwonenden behuwde zoon van gemelde weduwe, met namen Folkert Eisses, buiten huis tegen gehouden met te zeggen “vanavond niet, maar morgenochtend kunt gij komen”. Waarop gemelden veldwagter nader order gaande vragen bij zijn terugkomst de menigte gescheiden vond, die zich regts en links hadden verspreid. Volgens bij mij ingekomen berigten heeft zich aan het hoofd dier bijeenkomst, die volgens bij mij nader ingewonnen berigten tusschen de 20 en 25 personen zoude hebben bestaan, de heer H. de Cock bevonden”. We hebben hier dus te maken met een clandestiene bijeenkomst van de Christelijk Afgescheidenen. Inderdaad blijkt ook uit andere bronnen, dat Folkert Eisses tot de eerste groep mensen in Haren behoorde, die de Hervormde Kerk de rug toekeerde en overstapte naar de afgescheidenen.

Dat veel kinderen volwassen worden, zoals bij de eerste generaties van de familie Eisses wijst al op sterke genen. Maar we kunnen dit pad nog verder vervolgen. Dochter Anna van Folkert sr en Hillegien trouwt in Groningen met Willem Mennes en later met Jan Vedder. Ze krijgt uit deze twee huwelijken zeven kinderen, waaronder dochter: Folkerdina Mennes. Deze Folkerdina trouwt in Diever met Martinus Hagedoorn. Vervolgens gaat zij met Martinus eerst in Noordlaren en later in Haren wonen. Kort na de geboorte van hun dochter Willempje op 28 januari 1837 verhuizen Martinus, Folkerdina en drie kinderen vervolgens naar Hardenberg. Wellicht denkt Martinus, dat hij daar beter aan de slag kan komen dan in Haren, maar dat valt tegen. Nog in hetzelfde jaar moet hij in Hardenberg om bijstand vragen. En dan treedt de gehele machinerie van de bijstandverlening in werking. Want wie moet uiteindelijk opdraaien voor de kosten van de bijstand verstrekt door de diakonie te Hardenberg? Daarvoor is de term ‘domicilie van onderstand’ bedacht. In principe is die domicilie gevestigd in de gemeente van geboorte, tenzij je als meerderjarige vier jaar elders hebt gewoond. En dat laatste is het geval. Martinus en Folkerdina hebben van 1830 tot 1837 in de gemeente Haren gewoond. Omdat ze eerst in Noordlaren en daarna in Haren hebben gewoond, beslist de burgemeester de Sitter van Haren, dat de diakonie van Noordlaren en de diakonie te Haren allebei de helft van de kosten moeten dragen. Zo komen we na 1837 jarenlang in het archief van de gemeente Haren brieven uit Hardenberg en ook uit Avereest tegen met declaraties voor verstrekte bijstand. Soms gaat het daarbij om betaalde rekeningen voor geneeskundige hulp. Maar soms ook gewoon om het dagelijks brood, zo schrijft men in 1848 van uit Hardenberg: “Wij hebben de eer aan u te doen toekomen eene nota van door Klaas Vinke, bakker te Heemse, op onze order aan Martinus Hagedoorn, armlastig binnen uw gemeente, verleenden onderstand vanaf 15 juni 1846 tot en met 6 mei 1847, ten bedrage van f.46,00, met verzoek de restitutie van dat bedrag wel zoo spoedig mogelijk te bevorderen”.

Je zou kunnen zeggen, dat al die verleende onderstand vanuit Haren aan de familie Hagedoorn toch wel een positief resultaat heeft gehad, want uiteindelijk kunnen via de reeds genoemde dochter Willempje Hagedoorn de sterke genen van Folkert Eisses en Hillegien Jans Adolfs volledig doorwerken bij de kleindochter van Willempje. Die kleindochter is Egbertje de Vries, geboren op 22 oktober 1902 te Uffelte, Nederlands oudste vrouw sinds 13 juni 2012 en Nederlands oudste inwoner sinds 21 augustus 2012. Overleden op 14 augustus 2014 te Havelte, 111 jaar oud.

Bij de foto: afbeelding over genomen van website RTV-Drenthe 15 augustus 2014.

De columns ‘Harener Historie’ worden geschreven door Eppo van Koldam. Iedere twee weken verschijnt een nieuwe column. De eerste 78 columns zijn verschenen in het Harener Weekblad. De serie is per 1 april 2020 voortgezet op www.oldgo.nl. Dit is digitale column nr 4.