Gemeentewapen

Als Dirk Boerema in 1910 burgemeester van Haren wordt, beschikt de gemeente nog niet over een wapen. Boerema, die het als zijn uitdaging ziet de gemeente wakker te schudden en op te stoten in de vaart der volkeren, ziet dat uiteraard als een groot gemis. Aan de andere kant snapt hij ook wel, dat de zuinige boeren in de gemeenteraad niet staan te trappelen om geld uit te geven voor het ontwerpen van een wapen. Daarom schakelt hij voor het ontwerpen van een wapen de rijksarchivaris Mr. J.A. Feith in. Bij de meesten van u bekend van het café-restaurant, dat nu in zijn huis aan het Martinikerkhof in Groningen is gevestigd. Feith is een groot kenner van het Selwerder Landrecht. Het recht, dat voor de Franse tijd eeuwenlang in het Gorecht en dus ook in Haren gegolden heeft. Een groot kenner van de wapenkunde is Feith echter niet en dat zal zich wreken.

Bij het ontwerp van het wapen gaat Feith uit van artikel 72 van Boek 1 van het Selwerder Landrecht. Hierin staat dat de achtsman de bevolking door kloktrekkinge ter vergadering moest roepen. Volgens Feith betekende dit, dat iedere marke in Haren een eigen klok had. Omdat er acht marken (Noordlaren, Glimmen, Onnen, Haren, Hemmen, Dilgt, Essen en Helpman) in de gemeente lagen, neemt Feith in het ontwerp langs de rand van het wapen acht klokken op. In het midden van het wapen plaatst hij een mooie Gothische ‘H’. De eerste letter van Haren.

Bij de Hoge Raad van Adel in Den Haag, die de minister van justitie moet adviseren over de goedkeuring van het wapen, valt het ontwerp van Feith helemaal verkeerd. Het komt de raad helemaal niet aannemelijk voor, dat iedere marke een eigen klok zou hebben gehad. Bovendien geven die acht klokken in het wapen een erg onrustig beeld. Ook heeft de raad ernstig bezwaar tegen de ‘H’ in het hartschild van het wapen. De raad vindt, dat bij het ontwerpen van een wapen de regelen uit de bloeitijd der heraldiek moeten worden gevolgd, en bovendien de eisen van den goeden smaak in acht moeten worden genomen. “In geen geval mag de Raad medewerken tot het vaststellen van wapens, die, zoals dit, tegen beide zondigen. Ook schijnt het vrij onbeholpen een gemeente door de aanvangsletter van haren naam aan te duiden”.

Als Feith met dit commentaar wordt geconfronteerd, reageert hij als door een wesp gestoken. Hij, de grote kenner van het Selwerder Landrecht, zou niet weten wat de betekenis is van het bewuste artikel 72. En wat die ‘H’ betreft, die kwam ook voor in het wapen van het Groninger geslacht Jarges, waarbij de ‘H’ verwees naar de afkomst van deze familie uit Hibernia (Ierland).

De arme Boerema dreigt nu klem te komen zitten in een discussie op niveau tussen Feith en de Hoge Raad van Adel. Geen van beiden wil toegeven. Komt tijd, komt raad. Zo ging het ook hier. Zij het op een trieste wijze en erg snel. Veertien dagen na zijn reactie op het commentaar van de Hoge raad van Adel overlijdt Feith op 54 jarige leeftijd. Na een korte adempauze kan Boerema nu direct zaken doen met de Hoge Raad van Adel. Vanuit Den Haag ontvangt hij een voorstel voor een wapen met één klok. Om het wapen van andere wapens met dezelfde figuur te onderscheiden, vindt de Hoge Raad van Adel het wenselijk daaraan nog iets toe te voegen. “Hierbij kan in aanmerking worden genomen, dat de gemeente Haren een voornaam gedeelte van het Goorecht heeft uit gemaakt, dat sedert 1460 door de stad Groningen als eene heerlijkheid is bezeten. De klok zou om die reden met het wapen van de stad Groningen gecombineerd kunnen worden, bijvoorbeeld door dit als vrijkwartier in het schild op te nemen”. Met dit voorstel wordt ingestemd. Wel probeert Boerema nog even om het wapen gratis te krijgen, maar dat lukt niet. Ingevolge het Koninklijk Besluit van 20 februari 1816, no 69, zal de gemeente 12 gulden taxe en 5 gulden leges moeten voldoen. Uiteindelijk stelt Koningin Wilhelmina het wapen op 12 januari 1914 officieel vast.

En hoe nu verder? Als ik zo hier en daar die vraag opwerp, krijg ik verbaasde reacties. “Hoezo, het wapen van Groningen toch?”. Ik zal niet zeggen, dat dat niet de uiteindelijke uitkomst wordt, maar zo één op één als sommigen denken, is het toch niet. De wet van 1 juli 2018 tot samenvoeging van de gemeenten Groningen, Haren en Ten Boer bepaalt in artikel 1 “Met ingang van de datum van herindeling worden de gemeenten Groningen, Haren en Ten Boer” opgeheven. Die datum van herindeling is inmiddels bepaald op 1 januari 2019. Dan bestaan de drie ‘oude’ gemeenten niet meer. Er ontstaat één nieuwe gemeente, die – verwarrend genoeg – bij wet de naam Groningen heeft gekregen. Ik noem deze nieuwe gemeente voor de duidelijkheid maar even Groningen II. Die nieuwe gemeente Groningen II heeft op 1 januari a.s. in principe niets. Of beter, bijna niets, want in de wet zijn een aantal regelingen van de huidige gemeente Groningen van toepassing verklaard op Groningen II. Voor het overige blijven binnen de gemeente Groningen II voor de grondgebieden van de oude gemeenten de door die oude gemeenten vastgestelde regelingen nog twee jaar van kracht. Die tijd krijgt Groningen II om de huidige regelingen van de drie gemeenten om te bouwen naar een regeling voor de nieuwe gemeente.

Met de opheffing van de gemeente Groningen vervalt ook het wapen van die gemeente. Groningen II zal straks een nieuw wapen moeten aanvragen. Zal dat het oude stadswapen van Groningen zijn? In 1989 riep een Groninger wethouder al eens, dat hij wel af wilde van die groene roofvogels (de dubbelkoppige Duitse adelaar) in het wapen. Er is dus ruimte voor vernieuwing. Voorts dringt de heer Den Oudsten, die per 1 januari a.s. waarnemend burgemeester van Groningen II wordt, aan op gemeenschapszin na de fusie. Wat is dan mooier om voor de nieuwe gemeente een wapen vast te stellen, dat recht doet aan alle vijf voormalige gemeenten (Groningen, Hoogkerk, Noorddijk, Haren en Ten Boer), waaruit Groningen II straks bestaat. Ik heb een eerste concept voor dat wapen inmiddels digitaal in elkaar geknutseld. Omdat ook Hoogkerk een klok in het wapen had, kom ik uit op een gevierendeeld wapen: het oude stadswapen, de klok van Haren en Hoogkerk, de abtstaven van Ten Boer en het rad, het zwaard en de ster van de heilige Catharina uit het wapen van Noorddijk. Wellicht kan men hier straks in het gemeentehuis op de Grote Markt eens over nadenken en dat dan wel vanuit het besef, dat zo’n 70% van de bevolking van de nieuwe gemeente niet in het gebied van de oude stad Groningen woont, maar op grondgebied dat tot ca 100 jaar geleden behoorde bij Hoogkerk, Haren, Noorddijk en Ten Boer.

De columns ‘Harener Historie’ worden geschreven door Eppo van Koldam. De eerste 78 columns zijn verschenen in het Harener Weekblad. De serie is per 1 april 2020 voortgezet op www.oldgo.nl. Deze column is eerder gepubliceerd in het Harener Weekblad op 10 oktober 2018.