Rijksstraatweg 192 tm 196

De foto toont een beeld van de Rijksstraatweg ca 1965. Ik kom tot die datering op grond van de erker, die geheel rechts op de foto te zien is. Deze erker behoort bij het pand Rijksstraatweg 187 (nu Livera) en is gesloopt toen Jan Vrieling in 1965 in dit pand een winkel voor ijzerwaren en gereedschappen vestigde. Daarvoor waren hier de Rotterdamsche Bank (voor de fusie tot AMRO-bank) en - gezien het uithangbord - ook makelaardij Bouwman gevestigd. Overigens wil ik het deze keer niet hebben over Rijksstraatweg 187, maar over de panden aan de overzijde, Rijksstraatweg 192 tm 196 (BENU-apotheek en Flashman). Vooral het pand van Flashman is interessant, omdat dit een van de oudste panden in de dorpskom is. Op de foto is dit pand nog in gebruik als woonhuis. Pas in 1978 werd het een winkelpand. Toen vestigde Johan Diderich hier na een ingrijpende verbouwing en renovatie een schoenenwinkel.

Tot ca 1863 vormen de percelen Rijksstraatweg 192 tm 196 een geheel. Op het perceel staat dan een woonhuis/boerderij. Tot 1808 is dit woonhuis eigendom van Rudolf Rummerink. Dat blijkt uit de verdeling van zijn nalatenschap na zijn overlijden op 12 maart 1808. Voor wat betreft de periode daarvoor is de eigendom wat lastiger na te gaan, maar het lijkt mij waarschijnlijk, dat Lucas Rummerink (1710-1796) – de vader van Rudolf - al eigenaar was van het pand. Deze Lucas is geboren te Onnen. Daar heeft hij ook een groot deel van zijn leven gewoond. Ik denk, dat hij pas rond 1782 naar Haren is verhuist. Dat past bij het beeld, dat het pand in Haren geen volwaardige boerderij was, maar veel meer een woonhuis. Een oude vermelding van het pand aan de Rijksstraatweg zou dan de volgende advertentie in de Opregte Groninger Courant van 6 april 1762 kunnen zijn: “L. Rummering tot Onnen & consorten, gedenken te verhuuren haar huys en schuure tot Haren aan de Straat, zijnde voorzien met vier kamers, put en regenbak, stallinge voor paarden en een groote tuyn, bewoond door kapiteyn Strothe, tegens aanstaande may 1762”. Deze kapitein Strothe, was Ernst Carel van Strohte, kapitein in de compagnie van het regiment infanterie van de prins van Baden Durlach, die rond 1760 enige jaren in Haren heeft gewoond.

Als Rudolf Rummerink in 1808 overlijdt, laat hij zijn vrouw Anna Wemelina Buirma en vijf kinderen achter. Dochter Maria Lucretia Rummerink trouwt in 1810 met Luitje Bolhuis en dit jonge echtpaar trekt bij (schoon)moeder in. Tussen 1826 en 1830 vinden vervolgens een groot aantal sterfgevallen plaats. Allereerst overlijdt Luitje Bolhuis op 12 november 1826. Zijn weduwe blijft achter met acht jonge kinderen. In 1829 overlijden binnen twee dagen Albert Bolhuis, de broer van Luite, en Jantje Bolhuis-Lunsing, de moeder van Luite en Albert. Tenslotte overlijdt Anna Wemelina Buirma een maand later op 12 mei 1829. Dit betekent, dat er nogal wat eigendommen zijn te verdelen. Uitkomst van de ‘stoelendans’ is, dat Maria Lucretia Rummerink met de acht kinderen Bolhuis verhuist naar de boerderij van de familie Bolhuis aan de noordzijde van de Kromme Elleboog (nu Schoolpad). Het pand aan de Rijksstraatweg wordt toebedeeld aan zus Henderika Rummerink, die inmiddels is getrouwd met Roelf Koops jr. Zoon van assessor (wethouder) en landbouwer Roelf Koops sr. Roelf Koops jr. is geen landbouwer, hij wordt in de stukken vermeld als koopman en kastelein. Ook is hij enige tijd gemeente-ontvanger. Roelf en Henderika krijgen zes kinderen, maar er worden slechts twee dochters volwassen. Als Henderika in 1862 overlijdt, wordt het perceel gesplitst. Roelf laat twee nieuwe panden bouwen. Een woning op het zuidelijk deel en een woning/winkel op het noordelijk deel.

Waarschijnlijk komt dochter Hinderkje Koops met haar man Jan van Hemmen in het noordelijk deel wonen en gaat Roelf Koops rentenieren in de woning op het zuidelijk deel. Hinderkje Koops en Jan van Hemmen krijgen een zoontje, Roelof. Deze overlijdt echter al jong. Bij zuster Maria Lucretia Koops is het nog dramatischer. Zij huwt met onderwijzer Rudolf Blomsma en krijgt tien kinderen, waarvan er acht jong overlijden. Als vervolgens Maria Lucretia en Rudolf ook zelf nog overlijden, nemen tante Hinderkje en oom Jan van Hemmen de zorg op zich voor de weeskinderen Benne en Otto Blomsma.

In 1893 is Hinderkje van Hemmen-Koops al enige jaren weduwe. Ook haar vader is al overleden. Hinderkje woont in de zuidelijke woning. De noordelijke woning/winkel zal enige jaren verhuurd zijn geweest. Nu komt het echter tot verkoop aan de kuiper Pieter Arends. In 1902 laat Hinderkje voor zichzelf een nieuwe woning bouwen. Dit is het huidige pand Rijksstraatweg 196 (Flashman). Na Hinderkje volgen voor dit pand nog de eigenaar/bewoners Geert Veendorp en Aldert Nienhuis. Als die laatste in 1977 vertrekt, wordt het pand verbouwd tot winkel.

De woning/winkel op het noordelijk deel van het perceel wordt, zoals boven gemeld, vanaf 1893 eigendom van Pieter Arends. Waarschijnlijk huurde hij het pand daarvoor al en had hij niet alleen een winkel, maar ook een café. Zo bericht het Nieuwsblad van het Noorden op 28 januari 1891: “S. Elzinga wordt ten laste gelegd wederrechtelijk vertoeven in een herberg te Haren en stukslaan van eene lamp, op 17 december. P. Arends, kastelein, verklaart, dat hij beklaagde de deur heeft gewezen, doch bij weigering den veldwachter heeft gehaald. Ook was zijne lamp stuk geslagen. Beklaagde zegt er niets van te weten. W. Honebeke en K. Honebeke verklaren er achtereenvolgens bij te zijn geweest dat Arends den beklaagde de deur heeft uitgewezen en dat beklaagde met een stoel zwaaiende de lamp kapot heeft geslagen. Het O.M. vraagt eene boete van f 15”. Meer in de richting van een winkel komt de volgende advertentie op 7 december 1898: “Korff's Kaiserolie (onontplofbare petroleum) geeft belangrijk meer licht bij veel minder verbruik. Bijna volkomen reukeloos, kristal helder of rood gekleurd. En détail bij (volgt lijst): P. Arends, Haren”.

Na het overlijden van zoon en opvolger in de zaak Lucas Arends wordt de winkel in 1939 geliquideerd. Het pand wordt gekocht door de Mesdag bank. Deze bank bouwt op het perceel een nieuw bankgebouw met een winkel. Op de foto is de linkerhelft nog steeds als vestiging van de inmiddels gefuseerde Mesdag&Groenevelds Bank in gebruik. De rechterhelft is dan al apotheek. Na het vertrek van de bank heeft makelaar Ebens in de linkerhelft nog enige tijd kantoor gehad, daarna is ook dit gedeelte bij de apotheek getrokken.

De columns ‘Harener Historie’ worden geschreven door Eppo van Koldam. De eerste 78 columns zijn verschenen in het Harener Weekblad. De serie is per 1 april 2020 voortgezet op www.oldgo.nl. Deze column is eerder gepubliceerd in het Harener Weekblad op 24 oktober 2018.