#metoo anno 1820

Op de foto ziet u Hotel Horst, voorheen de Jachtwagen. Dit pand stond aan de Rijkstraatweg. De Vondellaan loopt nu rechts langs het pand. De herberg op deze locatie is al erg oud. De eerste bekende exploitant is Jan Christoffers van Boekeren (1614-1708). Het bedrijf heeft dan de naam 'De Jagtwagen'. Na Jan Christoffers van Boekeren zijn nog vier generaties Van Boekeren (deels via de vrouwelijke lijn) bij de exploitatie van het bedrijf betrokken. De laatste is Christoffer van Boekeren (1774-1835). Hij draagt het bedrijf omstreeks 1825 over aan Roelf Abels. Begin 20e eeuw gaat de exploitatie over naar Engbert Horst. Het bedrijf krijgt nu de naam 'Hotel Horst'. Albert Horst volgt zijn vader op in het bedrijf. Op 13 februari 1940 brandt het hotel tot de grond toe af. Pas ruim 20 jaar later vindt op de plaats van het afgebrande pand nieuwbouw plaats. Op de hoek van de Rijksstraatweg en de (dan nog slechts op papier bestaande) Vondellaan wordt een gebouw gerealiseerd met winkels, woningen en een hotel-restaurant. Dit bedrijf krijgt weer de naam 'Hotel Horst'. Eind 20e eeuw vestigen zich een Indiaas en een Chinees restaurant in het pand. Later volgt nog enige tijd een Griek. De hotelfunctie verdwijnt dan.

Mijn verhaal speelt in 1820. De 46 jarige Christoffer van Boekeren is dan de exploitant van de Jagtwagen. Hij is getrouwd geweest met Stientje Pieters, maar is daar in 1817 van gescheiden. Uit dit huwelijk zijn in 1820 nog drie kinderen in leven: dochter Anna en de zoons Jan en Christoffer. De Jagtwagen zal toen kleiner geweest zijn dan het pand op de foto. Ik denk dat het rechter deel het oudst is.

Op zondag 13 augustus 1820 gaat Antje Brouwer met haar moeder Trijntje Harms en een kind naar de Jagtwagen. Volgens haar verklaring waren daar toen alleen de hovenier van de schout (Johan Heinrich von Riesz) en een ander onbekend manspersoon aanwezig. Vervolgens is de (ex)zwager van Van Boekeren, de cichoreifabrikant Pieter Pieters met zijn zoon binnen gekomen en heeft tegen de hovenier gezegd, dat hij mee naar achteren moest komen om daar te zitten. Daarop kwam zoon Jan van Boekeren en heeft haar gevraagd wat haar begeerte was. Zij heeft toen geantwoord, dat ze zijn vader wilde spreken. Jan heeft toen gezegd, dat ze daar niets mee nodig had. Daarop hebben Jan en Pieter Pieters en zijn zoon haar en haar moeder deerlijk mishandeld, geslagen, geschopt en tegen de grond gesmeten en wel zo, dat zij zich bloedend nog net wisten te redden.

Antje dient samen met haar moeder een klacht in bij de schout (= burgemeester) Jacobus van Trojen. Deze stelt als hoofd van de plaatselijke politie een onderzoek in. Uiteraard hoort hij alle betrokkenen. Zo vult moeder Trijntje Harms op het verhaal van haar dochter nog aan, dat ook Anna van Boekeren en op het laatst ook vader Christoffer van Boekeren bij het handgemeen betrokken waren. Het verhaal van Pieter Pieters is heel anders. Hij is, nadat hij uit de kerk kwam achter in de Jagtwagen koffie gaan drinken met zijn broer Willem Pieters en de tuinman Von Riesz. Hij heeft pas achteraf gehoord, dat er ruzie geweest was. Zoon Jan Pieters heeft wel dichter bij het vuur gezeten. Volgens zijn verklaring heeft Anna van Boekeren aan de vrouwen gevraagd wat ze wilden. Zij kreeg toen zulke brutale antwoorden, dat ze flauw viel en door haar vader naar achteren is gedragen. Dat vervolgens Jan van Boekeren aan vrouwen heeft gevraagd of ze weg wilden gaan. Toen ze zeiden, dat ze dat niet wilden heeft Jan ze vervolgens bij de arm gepakt en de deur uit gezet. Hij heeft niet gezien, dat Jan geslagen heeft. Wel dat ze een raam ingeslagen hadden. Anna bevestigd in haar verklaring, dat ze flauw is gevallen en dat ze niet weet wat daarna gebeurd is. De hoop van schout Van Trojen is nu gevestigd op zijn tuinman Heinrich von Riesz. Kan hij als buitenstaander een goede verklaring geven?

Volgens Von Riesz heeft hij op zondag 13 augustus om ongeveer 11.00 uur in de Jagtwagen een oude vrouw en een jonge vrouw met een kindje ontmoet. Hij is bij ze gaan zitten en ze hebben gezellig zitten praten. Toen kwam Pieter Pieters binnen en vroeg of hij mee naar achteren wilde gaan. Toen hij daar was, vroeg Pieter Pieters hem daar te blijven “omdat wellicht een grap zou gebeuren met Stoffer zijn hoer”. Vervolgens hoorde hij in de Jagtwagen “moord, moord” roepen. Hij is toen weer naar binnen gegaan om te kijken wat er aan de hand was. Hij zag toen dat Jan van Boekeren en zoon Pieters de beide vrouwen bij de arm hadden om ze buitenshuis te zetten. Hij is toen tussenbeide gekomen om te zeggen, dat ze niet moesten slaan. Hij heeft ook gezien, dat Anna van Boekeren flauw was gevallen.

Wat was er nu aan de hand? Uit de verklaringen blijkt dat niet. Er komt nog wel een procedure bij de rechtbank, maar ook die brengt geen duidelijkheid. De rechtbank komt wegens gebrek aan bewijs dan ook tot vrijspraak voor Jan en Anna van Boekeren en Pieter Pieters en zijn zoon. Vader Christoffer van Boekeren blijft helemaal buiten schot. Toch kunnen we bijna 200 jaar later het gebeurde redelijk reconstrueren. Op 2 juni 1820 is Antje Brouwer als ongehuwde moeder te Groningen bevallen van een zoon. Die zoon krijgt de naam Christoffer. Een duidelijker verwijzing naar zijn biologische vader is nauwelijks mogelijk. Ook de uitspraak van Pieter Pieters, die trouwens later ontkent, dat gezegd te hebben, dat Antje “de hoer van Stoffer” is, lijkt duidelijk. Antje is op 13 augustus 1820 met haar moeder en haar bijna 3 maanden oude zoontje naar de Jagtwagen gekomen om verhaal te halen bij Christoffer van Boekeren en hem te confronteren met de gevolgen van zijn gedragingen. Uit alles blijkt ook, dat Antje voor de kinderen Van Boekeren en voor Pieter Pieters geen onbekende was. Ze zal dus waarschijnlijk als dienster in de Jagtwagen gewerkt hebben en zo een relatie hebben gekregen met Christoffer van Boekeren. Die zal haar vervolgens wel aan de kant geschoven hebben, toen bleek dat ze zwanger was.

Antje Brouwer is de dochter van Hindrik Alberts Bakker uit Veendam. Waarom ze in 1820 ‘Brouwer’ heet is niet duidelijk. Bij vonnis van 6 mei 1828 wordt haar naam gewijzigd in Annigje Bakker. Ook de kleine Christoffer krijgt dan die achternaam. Christoffer verhuist naar het westen van het land. Hij wordt zeilmaker bij de marine. Hij trouwt op 30 augustus 1848 te Rotterdam. Lange tijd woont hij in Den Helder. Hij overlijdt op 4 juni 1881 te Wieringen. Waarschijnlijk heeft moeder Antje in Den Helder enige tijd bij hem in huis gewoond.

De columns ‘Harener Historie’ worden geschreven door Eppo van Koldam. De eerste 78 columns zijn verschenen in het Harener Weekblad. De serie is per 1 april 2020 voortgezet op www.oldgo.nl. Deze column is eerder gepubliceerd in het Harener Weekblad op 21 november 2018.