Harense Loeks

Als u met de trein in Groningen aankomt, wordt u direct geconfronteerd met het Peerd van Ome Loeks. Heeft u dan het herindelingstrauma al wat overleefd of gaat er een pijnscheut door u heen vanwege dit Stad-Gronings machtsvertoon? Als u tot de laatste categorie behoort, wil ik de pijn voor u graag een beetje verzachten. Ome Loeks is meer Harens dan je op het eerste gezicht zou denken.

Eigenlijk moet ik beginnen met twee prangende vragen. Wie was Ome Loeks en over welk paard hebben we het eigenlijk? Hoe het met het paard afliep is bekend: het paard ging dood. Maar verder is er veel onduidelijk. Mijn goede vriend Hein Bekenkamp heeft daar in 1984 al eens een uitvoerig artikel over geschreven in de reeks jaarboeken “Groningen Toen”. Zijn conclusie was: het is onduidelijk en het blijft onduidelijk. Alle mogelijke kanshebbers voor het predicaat Ome Loeks werden door Hein kritisch tegen het licht gehouden en afgeserveerd. Ook Lucas van Hemmen, die door de Groningers algemeen als de enige echte Ome Loeks wordt gezien. Een beeld, dat indertijd niet in geringe mate door Lucas van Hemmen zelf werd bevestigd. Je zou kunnen zeggen, dat Hein op dit punt een beetje een roepende in de woestijn is. Helaas voor Hein komt het mij goed uit, dat zo te laten. Ik concentreer me dus ook op Lucas van Hemmen.

Het verhaal wil dan, dat Lucas van Hemmen in 1910 eigenaar was van het café en de stalhouderij De Slingerij aan de Aweg in Groningen. Lucas was ook pikeur. Eén van zijn paarden was het beroemde renpaard Appelon. Toen deze hengst zijn knecht aanviel, moest Lucas het met een riek terug drijven. Appelon raakte verwond aan de neus. Er ontstond een ontsteking en Appelon stierf. Het “peerd van Ome Loeks” was dood. Het bekende versje suggereert, dat dit kwam doordat het paard niet te eten kreeg, maar dat klopt dus – volgens deze lezing - niet. Vreemd is ook, dat het bekende beeld het paard voorstelt als een stevige knol, terwijl het in werkelijkheid een afgetraind renpaard was.

Wie was Lucas van Hemmen? Lucas stamt uit een Harens geslacht. Zijn verre voorvader Jan Antonie had een boerderij in de huidige Molenbuurt. Hij verwierf een aantal landerijen die voorheen behoorden tot de Hof te Hemmen. Waarschijnlijk was dit aanleiding voor zijn kinderen om de achternaam Van Hemmen aan te nemen. Een andere verre voorvader van Lucas was Hinderk Lucas Oosterveld. Deze had een boerderij aan de Oosterweg tegenover de Bolhuissteeg en was van 1811 tot 1820 raadslid van de gemeente Haren. Zijn vader Lucas Jans (je zou kunnen zeggen “Loeks de eerste”) had zich hier in 1747 gevestigd. De Van Hemmen tak van onze Lucas verwierf een boerderij aan de Hoornschedijk onder Groningen (ter plaatse van het huidige Maartenshof). Vandaar maakte Lucas vader de overstap naar de horeca en werd exploitant van De Slingerij. De moeder van Lucas was Grietje Hoenderken. Zij werd geboren aan de Oosterweg te Haren. Haar vader Otto Hoenderken was daar landbouwer op de boerderij, die later in gebruik is geweest bij de Blauwe Ruiters. Later zat ook deze Otto in de horeca. Vlak bij de kerk in Haren bouwde hij een nieuw horecapand, dat later bekend stond als Hotel Suurd (nu staat op deze locatie de ABN-AMRO bank). De oma van Grietje woonde aan de Kerkstraat 3 in Haren. Dat zijn dus al heel wat Harense links.

En Appelon? Graag zou ik ook van hem een stamboom vol Harens bloed presenteren, maar helaas ontbreekt het me aan gegevens. Toch kunnen we er gerust van uit gaan, dat Appelon regelmatig in Haren is geweest. Harendermolen was rond 1910 namelijk een belangrijk centrum voor de paardensport. Landbouwer H.K. Glas uit Loppersum had hier in 1903 tegenover de Boerlaan een drafbaan aan laten leggen en de oude herberg de Haarder Molen werd in deze periode gerund door de bekende pikeur Sake Witteveen. De herberg werd daarom ook wel café Witteveen genoemd. Café Witteveen moet niet worden verward met het naastgelegen café Bolhuis/Hoogenberg. Dit laatste café stond iets zuidelijker. Op de drafbaan werden wedstrijden gehouden en hier konden de pikeurs hun paarden ook trainen. Lucas van Hemmen zal daar stellig gebruik van hebben gemaakt, want hij kende Sake Witteveen goed. Zij deden samen wel zaken bij de aan- en verkoop van paarden. Ook bereed Lucas van Hemmen bij wedstrijden paarden uit de stal van Glas. In 1918 zet Lucas van Hemmen een vergaande stap. Hij verlaat De Slingerij en neemt de zaak over van Sake Witteveen. Nu woont hij zelf naast de drafbaan in Haren. Dat duurt helaas niet lang. In het Algemeen Handelsblad van 10 maart 1920 lezen we het volgende. “Hedennacht is het café Witteveen te Harendermolen bij Groningen, bekend door de naastgelegen renbaan afgebrand. De inventaris, behoorende aan den heer L. van Hemmen, den bekenden pikeur, ging mede verloren. De beide renpaarden en een drietal koeien werden gered. De autobus, waarmede de dienst Groningen—Harendermolen wordt onderhouden, werd totaal vernield alsmede een 4-persoons auto. Een derde 16-persoons auto kon in veiligheid worden gebracht. Alles was verzekerd, maar laag”. Een zware klap voor Lucas van Hemmen. Ook financieel.

Gelukkig slaagt Lucas van Hemmen er in de draad weer op te pakken. Hij richt bij het station De Punt aan de huidige Parallelweg in Glimmen een nieuw etablissement op: hotel/café Appelbergen (zie de foto). Hier komt tevens het eindpunt van de elektrische tram van Groningen via Haren naar Glimmen. In 1933 keert Lucas van Hemmen terug naar Groningen. Hij neemt het café De Koppelpaarden over aan de Hereweg. Hier poetst hij zijn status van “Ome Loeks” nog eens stevig op. Overigens blijft hij betrokken bij de renbaan in Harendermolen. Als in 1936 de manege aan de Viaductweg wordt gebouwd is hij huurder van een aantal van de beschikbare boxen. Hij stalt hier een drietal van zijn renpaarden, die luisteren naar de namen: Lockner, Zwaluw E en Zorka T. In 1955 overlijdt Lucas van Hemmen op 79-jarige leeftijd.

De columns ‘Harener Historie’ worden geschreven door Eppo van Koldam. De eerste 78 columns zijn verschenen in het Harener Weekblad. De serie is per 1 april 2020 voortgezet op www.oldgo.nl. Deze column is eerder gepubliceerd in het Harener Weekblad op 30 januari 2019.