Meerwegbrug deel 1

In mijn eerdere bijdragen ‘Once upon a time in the west’ op 4 juli 2018 en ‘Het Harener vaartje’ op 1 augustus 2018, heb ik al het een en ander geschreven over de Meerweg en de Meerwegbrug. Er is echter zoveel materiaal, dat er nog wel een trilogie over te schrijven is, en dat ben ik dan ook van plan. Probleem is, dat het format van dit blad per artikel slechts ruimte kent voor één afbeelding. Je staat dan steeds voor de afweging: moet dat een kaartje zijn of een foto. Bij de start van deze trilogie heb ik gekozen voor een kaartje. Dat geeft ruimte om bij de volgende twee afleveringen foto’s te plaatsen.

Aanleg Kunstweg en verlegging Schipsloot
Op het kaartje is de in rood aangegeven Kunstweg Haren-Paterswolde (nu Meerweg) duidelijk herkenbaar. Deze weg is aangelegd in 1907 en toen werd ook de Schipsloot gedeeltelijk omgelegd. Voor 1907 liep de Schipsloot met een bocht vanaf 1 op de kaart naar het Noord-Willemskanaal. De oude loop is op de kaart nog goed te zien en ook in het veld nog herkenbaar aanwezig. In 1907 werd de Schipsloot vanaf 1 rechtdoor getrokken naar het kanaal. In de oorspronkelijk opzet van de Kunstweg Haren-Paterswolde was de uitmonding van de Schipsloot recht tegenover die van het Harener vaartje aan de overzijde van het kanaal geprojecteerd (2) met direct daarnaast de brug. Het stuk van de nieuwe weg ten oosten van het kanaal kon dan mooi over de dijk annex jaagpad langs het vaartje lopen en vervolgens – op de plaats van de huidige brandweerkazerne – aansluiten op de Westerse Drift. Dat scheelde in de aanlegkosten. De gemeente voelde daar echter niet voor. De plannen moesten dus worden aangepast en de weg werd meer naar het noorden aangelegd.

Hoornsedijk
Tegenwoordig kunnen we – komende vanuit het dorp - direct na de Meerwegbrug rechtsaf de Hoornsedijk op rijden. Dat kon dus vroeger niet. Tussen het kanaal en de (oude) Schipsloot lag laag moerassig grasland. Pas meer naar het noorden voorbij de uitmondig van de Schipsloot in het kanaal (3) was te denken aan een oversteek. Daar was dan ook een overvaart en later een voetbrug (“voetbr” op de kaart). Hier kom ik in de volgende aflevering uitvoerig op terug. In onze beleving zijn de Hoornsedijk en de dijk langs de Meerweg/Schipsloot twee verschillende entiteiten. Tot 1907 was dat niet zo. De Hoornsedijk liep toen vanaf Groningen via de op het kaartje herkenbare bocht door naar de zandrug bij Paterswolde. Daar bij de huidige rotonde in de Meerweg/Groningerstraat eindigde de dijk en daar ligt ook nu nog de grens tussen Haren en Eelde.

Meerwegbrug
De eerste Meerwegbrug dateert dus van 1907. Die brug heeft het bijna 50 jaar lang volgehouden. Wat op zich een wonder mag heten, want toen de brug werd aangelegd, was er nog geen sprake van autoverkeer en helemaal niet van vrachtwagens en autobussen. Bovendien heeft de brug het in de oorlog behoorlijk te verduren gehad. In 1940 werd de brug door de Nederlandse militairen gedeeltelijk opgeblazen om de doortocht van de Duitsers te beletten. De brug kon worden hersteld, maar onderging in 1945 eenzelfde lot. Deze keer waren het de Duitsers die de brug beschadigden om de doortocht van de Canadese troepen te verhinderen. Ook deze keer werd de brug hersteld, maar de constructie werd er daardoor uiteraard niet beter op. Voor een foto van de brug verwijs ik naar mijn bijdrage ‘Het Harener vaartje’.

Tolgaarder en brugwachter
De Meerweg werd in 1907 aangelegd als tolweg. De tol was bij de brug over het Noord-Willemskanaal. Hier werd door de NV Kunstweg Maatschappij Haren-Paterswolde een woning gebouwd voor de tolgaarder/brugwachter. Op de kaart is deze woning aan de zuid-westzijde van de brug te zien. Fietsers waren in 1925 2 cent tol verschuldigd en auto’s 25 cent. Als voetganger betaalde je 1 cent, maar als je een koe bij je had kwam daar nog 2 cent bij en voor een paard zelfs 5 cent. Als eerste tolgaarder/brugwachter werd in 1907 Folkert Eisses uit Haren aangesteld op een salaris van f.350,- per jaar met vrije woning en gebruik van een stuk land. De periode Eisses duurde niet lang en na zijn vertrek besloot de Maatschappij de tol te verpachten. In mei 1913 werd Hendrik van Loenen pachter en bewoner van de brugwachterswoning. De start van zijn gezin in Haren was dramatisch, op 28 augustus 1913 verdronk dochter Hendrikje, ruim een jaar oud, in het Noord-Willemskanaal. Tegen het einde van de oorlog bereidden de Duitsers allerlei maatregelen voor om een geallieerde opmars te stoppen. De ondermijning van de Meerwegbrug met explosieven was zo’n maatregel, maar men wilde ook vrij schootsveld hebben op het verkeer van Paterswolde naar de brug. Op 13 januari 1945 kreeg de Maatschappij hierover bericht van (NSB-)burgemeester De Waard: “Hierbij deel ik u mede, dat op grond van een daartoe strekkende last van de zijde van de Duitsche Weermacht de tolgaarderswoning aan de Meerweg voor 1 februari 1945 dient te zijn afgebroken. Ik ben bereid voor den brugwachter en zijn gezin onderdak te zoeken in het pand aan de overzijde van het kanaal, thans bewoond door het gezin Nijdam”.

Opheffing tol
Na de oorlog is de brugwachterswoning niet herbouwd. Dit betekende ook, dat er vanaf die tijd feitelijk geen tol meer werd geheven. Na lange onderhandelingen besloot de gemeente in 1948 de weg inclusief de brug over te nemen van de Kunstweg Maatschappij Haren-Paterswolde. Daarmee kwam ook formeel – als laatste openbare weg in de provincie Groningen - aan de tolheffing een einde. Van harte ging de overname door de gemeente niet. Men realiseerde zich op het gemeentehuis maar al te goed, dat de weg door de slappe ondergrond een zorgenkindje was en zou blijven en dan uiteraard nog de gammele brug uit 1907. Daarop kom ik een volgende keer terug.

De columns ‘Harener Historie’ worden geschreven door Eppo van Koldam. De eerste 78 columns zijn verschenen in het Harener Weekblad. De serie is per 1 april 2020 voortgezet op www.oldgo.nl. Deze column is eerder gepubliceerd in het Harener Weekblad op 20 februari 2019.