Meerwegbrug, deel 3

Op de foto zien we de eerste Meerwegbrug, die heeft dienst gedaan van 1907 tot 1955. In mijn bijdrage van drie weken geleden sloot ik af met de constatering, dat de gemeente in 1948 een wel zeer gammele brug overnam in een weg, die er door de slappe ondergrond ook niet florissant bij lag. De foto laat de brug zien in betere tijden. Links komt vanuit het dorp Haren een paard en wagen aanrijden. Over de brug heen is de brug te zien in de toegang van het vaartje naar de haven van Haren. De foto is genomen vanaf de Hoornsedijk in zuid-oostelijke richting. De in 1945 op last van de Duitsers afgebroken brugwachterswoning valt rechts net buiten de foto en links geldt hetzelfde voor het nog bestaande huis van bakker Nijdam.

Stremming van de brug
Op 3 januari 1955 doen burgemeester en wethouders de gemeenteraad het voorstel om de brug te vervangen door een ophaalbrug. De kosten worden geraamd op f.305.000,-. Dat geld heeft de gemeente niet beschikbaar. Het voorstel is dan ook vooral bedoeld om burgemeester en wethouders in staat te stellen om met een door de gemeenteraad goed gekeurd plan ‘met de pet rond te gaan’ bij de provincie, het rijk en andere subsidiepotten.

Maar dan bericht het Nieuwsblad van het Noorden op 2 juli 1955, dat bij nader onderzoek is gebleken, dat de toestand van de brug veel slechter is dan aanvankelijk werd vermoed. Er zijn plotseling zodanige gebreken opgetreden, dat al het zware vervoer – vrachtwagens en autobussen – de passage over de brug moet worden ontzegd. De maximum snelheid wordt terug gebracht op 6 km per uur. Volgens de krant vormt de bouwvalligheid van de brug, vooral nu, midden in het seizoen, een onhoudbare toestand. De stremming van de brug leidt ook wel tot hilarische taferelen. Zo mag de GDS-bus in de lijndienst naar Eelde-Paterswolde nog wel langzaam over de brug rijden, maar niet met passagiers. Die moeten voor de brug uitstappen, moeten dan over de brug lopen en mogen na de brug weer instappen. De ene passagier kan daar de lol wel van inzien, de andere wordt er chagrijnig van. De brugwachter ziet er op toe, dat de passagiers wel doorlopen en niet op de brug gaan samenscholen.

Pas begin 1956 heeft de gemeente de zaken financieel zo ver op orde, dat de bouw van een nieuwe brug aanbesteed kan worden. Bij de bouw van die nieuwe brug moet direct rekening gehouden worden met een kanaalverbreding. Dit brengt nog weer extra kosten met zich mee. Een volledige stremming wordt ontoelaatbaar gevonden. De technische dienst van de gemeente bedenkt hiervoor een praktische oplossing. De oude brug wordt op een zolderschuit geplaatst en dient zo als hulpbrug voor licht verkeer. Deze schuit draait aan een zware paal en wordt door middel van staaldraad over een scheepsliertje lopende, bediend. Zo kan de brug ook nog open en dicht.

Nieuwe brug
Intussen is de bovenbouw van de brug aanbesteed bij de NV Du Croo en Brauns te Amsterdam. De onderbouw en de aanbruggen van gewapend beton en de wegaansluitingen worden uitgevoerd door de fa Dunning uit Groningen. Deze laatste firma voert de werkzaamheden keurig op schema uit, maar in Amsterdam gaat het behoorlijk mis. Door een bedrijfsverplaatsing loopt daar de hele planning uit de hand. Pas eind oktober 1957 is de brug in Amsterdam gereed. Dan volgt nog een spannende tocht over het IJsselmeer en door Friesland om de brug in Haren te krijgen. Op 11 november 1957 kan met het monteren van de bovenbouw worden begonnen. Maar dan is er weer een ander probleem. Nu dreigt een stremming van het scheepvaartverkeer. En dat midden in de bietencampagne met een doorvaart van ongeveer 50 schepen per dag. Ook voor dat probleem wordt weer een creatieve oplossing bedacht en zo komt dan na ruim twee jaar stremming de nieuwe brug eindelijk gereed.

Weer een nieuwe brug?
De afgelopen decennia heeft de gemeente wel eens gedroomd van weer een nieuwe brug. Bij de aanleg van de tunnel in de A28 is daar eigenlijk ook al rekening mee gehouden. De Meerweg zou dan zonder rare bochten aan kunnen sluiten op de Emmalaan. Ten gemeentehuize leeft in de jaren 50 van de vorige eeuw ook de angst dat de capaciteit van de Meerweg te gering zal zijn om de auto’s (ongestoord en op volle snelheid, want zo dacht men er toen over) doorgang te bieden. Het volgende citaat uit een brief van 5 oktober 1961 van het gemeentebestuur aan het provinciebestuur spreekt boekdelen over die angst. “Vermoedelijk zal dit nog duidelijker spreken als de nieuw geprojecteerde Rijksweg bijlangs het Noord-Willemskanaal in gebruik zal worden genomen. Wij vrezen, dat stagnaties bij een verdere toeneming van het motorisch verkeer over de Meerweg dan niet zullen uitblijven. De overheid is er vanzelfsprekend niet mee klaar deze vrees te onderkennen en het gevaar te signaleren. Zij nopen tot een bestudering van de vraag of niet reeds nu maatregelen moeten worden beraamd om in de nabije toekomst voor het grote verkeer op deze weg meer ruimte te geven. Dit zal niet anders gaan dan met een behoorlijke verbreding of beter nog met de meer radicale oplossing van het leggen van een geheel nieuwe weg naast de bestaande, waarbij onze gedachten uitgaan naar een rijbaan over de te dempen Paterswolder Schipsloot, welke laatste toch van geen of weinig nut meer is”. Dat was toen inderdaad het criterium, wat van geen (economisch) nut is kan wel weg.

Bij de foto: Meerweg brug met vaartje op achtergrond. Foto P. Kramer, Groninger Archieven

De columns ‘Harener Historie’ worden geschreven door Eppo van Koldam. De eerste 78 columns zijn verschenen in het Harener Weekblad. De serie is per 1 april 2020 voortgezet op www.oldgo.nl. Deze column is eerder gepubliceerd in het Harener Weekblad op 13 maart 2019.