Hongerige Wolf, deel 2

Vorige keer heb ik het onderzoek naar de plaatsnaam ‘Hongerige Wolf’ gebruikt om een nieuw licht te werpen op de benaming ‘Wolf’ in Haren. Deze keer gaan we echt naar Hongerige Wolf of beter gezegd, we gaan naar de locatie die nu bekend staat als Hongerige Wolf, want de benaming ‘Hongerige Wolf’ wordt pas gebruikt na ca 1870.

Kapitale zeedijk Finsterwolderpolder
Op 14 december 1818 wordt te Winschoten de aanleg aanbesteed van een nieuwe zeedijk. Door deze dijk zal in de Dollard een nieuwe polder ontstaan: de Finsterwolderpolder. Een groot aantal personen hebben aandelen gekocht in de maatschappij, die de aanleg van deze polder tot stand moet brengen. Namens deze aandeelhouders hebben een aantal volmagten een plan uitgewerkt voor de inpoldering. Belangrijkste element van dat plan is de aanleg van een nieuwe dijk, die vanaf Hongerige Wolf een klein stukje noordwaarts loopt en vervolgens afbuigt naar het noordwesten richting Woldendorp. De aanbesteding van de dijk vindt plaats in 20 onderdelen. Op ieder onderdeel kan apart worden ingetekend door aannemers, maar dat gebeurt niet. De uitkomst is, dat vier aannemers de klus willen klaren voor ruim f.210.000,-. Eén van deze aannemers is Christoffer van Boekeren, herbergier te Haren. Hij tekent in op het eerste stuk (4 percelen) vanaf Hongerige Wolf voor f.39.500,-. Iedere aannemer moet borgen stellen. Voor Van Boekeren zijn dat Roelf Koops, landbouwer en adjunct burgemeester van Haren, en Eppo Edzes Tonkes, landbouwer en burgemeester van Zuidbroek. Op het derde stuk wordt ingetekend door Jan van Wolde, aannemer te Helpman voor f.64.300,-. Hij heeft als borgen Derk van den Berg, herbergier te Helpman, en Elias Arnoldus Koster te Groningen. Koster is de zoon van Bastiaan Koster, de eigenaar en bewoner van de Mikkelhorst te Haren. Al met al een stevige inbreng vanuit de gemeente Haren, waartoe dan ook Helpman nog behoort. Bovendien zien we personen als aannemer optreden, die we als zodanig niet kennen. Denkt men hier een snelle slag te kunnen slaan?

De compagnieschap Koops, Van Boekeren en partners
Uit achterliggende stukken blijkt, dat Christoffer van Boekeren het werk heeft aangenomen namens een compagnieschap, die behalve uit hemzelf en de borgen Roelf Koops en Eppo Edzes Tonkes ook nog bestaat uit Hendrik Koops, herbergier te Zuidbroek, Albertus en Marcus Koops, landbouwers te Vries en Augustus Upmeijer, ontvanger der successierechten te Veendam. Alle heren Koops zijn broers van elkaar. Albertus en Marcus hebben samen een aandeel in de compagnieschap. Op 13 januari 1819 brengen de volmagten van de inpoldering rapport uit in de vergadering van ingelanden, gehouden in het provinciehuis. Zij spreken over een “streelend vooruitzicht”, indien de indijking zonder veranderingen en zonder toevallige ongelukken kan geschieden. In dat laatste zit nu waarschijnlijk net de kneep. Met de aanleg van de dijk is het hopeloos mis gegaan. Wat er precies is gebeurd, heb ik helaas nog niet kunnen achterhalen. Wel is duidelijk, dat waar de aannemers dachten op de aanleg van de dijk te kunnen verdienen, er een zeer stevig verlies is geleden. In totaal heeft de compagnieschap f.60.820,55 uitgegeven en slechts f.34.355,- ontvangen. Dat betekent een verlies van f.26.465,55. Voor elk van de partners komt dat neer op een verlies van f.4.410,92. Eppo Edzes Tonkens heeft het geld voorgeschoten. Uiteraard wil hij van de partners hun aandeel terug hebben.

Hoe dat te betalen?
Niet voor iedereen is het makkelijk om het te betalen bedrag op te hoesten. Er ontstaat ook onenigheid tussen de partners en het komt zelf tot een proces. Roelf Koops neemt zijn verlies en betaalt Tonkes het verschuldigde bedrag. Opvallend is wel, dat Roelf Koops en zijn vrouw Hindrikje van Wolde op 28 oktober 1819 f.5.000,- tegen 5% lenen van Lammert Bennes Casimir, koopman te Groningen, in zijn kwaliteit van voogd over Willem Louwes te Ranum en Saartje Louwes te Leek. Tot zekerheid moet het echtpaar Roelf Koops hypotheek verlenen op de boerderij aan de Kerkstraat (nu locatie Clockhuijs), die Hindrikje van Wolde heeft verkregen uit haar eerste huwelijk met Jan Westerhof. Een bittere pil voor Roelf Koops, maar hij kan tenminste verder. Voor Christoffer van Boekeren ligt dat veel lastiger. Hij is ook degene, die het op processen laat aankomen. Na het overlijden van zijn broer Jan van Boekeren heeft hij, om de herberg De Jagtwagen te verwerven, zijn andere broers en zusters uit moeten kopen. Daarvoor heeft hij zich stevig in de schulden moeten steken. Ook zijn echtscheiding in 1817 zal hem wel geld hebben gekost. Nu lukt het hem niet om de verschuldigde f.4,410,92 met de daarbij snel oplopende rente te voldoen. Er zit niet anders op dan de herberg de Jagtwagen te verkopen.

Verkoop van De Jagtwagen
De herberg De Jagtwagen aan de straatweg is het ‘eerste hotel ter plaatse’, in de herberg is ook het gemeentehuis gevestigd. De Jagtwagen is reeds voor 1700 eigendom van de familie Van Boekeren. Daaraan moet nu dus een gedwongen einde komen. Op 27 januari 1820 wordt De Jagtwagen op een publieke veiling te koop aangeboden. Er komt echter geen acceptabel bod. In juli 1820 verkoopt Van Boekeren de inventaris van de herberg aan zijn dochter Anna. Is dit een noodsprong? In 1824 vindt Eppo Edzes Tonkens, die dan inmiddels in Engelbert woont, dat het genoeg is geweest. Hij stuurt aan op een executoriale verkoop, maar die komt er niet. Waarschijnlijk, omdat op het pand al een hypotheek rust. Eigenlijk staat het stevig ‘onder water’. Op 25 januari 1828 wordt De Jagtwagen weer te koop aangeboden. Er staat dan bij de omschrijving, dat het pand door C. van Boekeren wordt bewoond en gebruikt. Nu is Roelf Abels uit Eelde de koper. Hij en zijn zoon zullen de exploitatie tot 1900 voortzetten. Christoffer van Boekeren heeft na het einde van zijn herbergierschap moeite om rond te komen. Hij krijgt een klein baantje als commies belastingen bij de gemeente en wordt later nog luitenant bij de reserve schutterij. Hij overlijdt in 1835.

De columns ‘Harener Historie’ worden geschreven door Eppo van Koldam. De eerste 78 columns zijn verschenen in het Harener Weekblad. De serie is per 1 april 2020 voortgezet op www.oldgo.nl. Deze column is eerder gepubliceerd in het Harener Weekblad op 2 oktober 2019.