De zaak Heijkens

Op 26 september 1897 bericht het Nieuwsblad van het Noorden het volgende: “Naar ons wordt medegedeeld, is eergisteravond in eene laan onder Haren, zekere H., uit Groningen, betrapt op het plegen van onzedelijke handelingen met een 9-jarig meisje, genaamd Johanna v. Z. Gisteren moet hij door de politie van Haren in verzekerde bewaring zijn genomen”.

Arrestatie van H. als verdachte
Uiteraard is het dorp Haren na het gepleegde misdrijf in rep en roer. Veldwachter De Lange stelt dadelijk een onderzoek in en al snel komt een verdachte naar voren. Een manspersoon, die in de paardentram richting Groningen is gestapt. Een dag later wordt een zekere H. in Groningen gearresteerd. Maar is H. de dader? Veldwachter De Lange gaat met het slachtoffertje en twee andere kinderen, die getuige waren van het gebeurde, naar Groningen voor een confrontatie. Inderdaad wordt H. herkent. Nu wordt hij meegenomen naar Haren om daar met andere getuigen te worden geconfronteerd. H. ondergaat dit allemaal tamelijk gelaten. Hij ontkent, maar voert geen fel verweer.

In Haren wordt H. in de cel (cachot) gestopt, die zich achter het gemeentehuis (zie foto) bevindt. Hij wordt onder andere verhoord door het hoofd van de plaatselijke politie van Haren, burgemeester jonkheer Mr. Cornelis Henric Quintus. Na een nacht en een dag in de cel in Haren te hebben gezeten en herhaaldelijk te zijn ‘geshowd’ aan getuigen, wordt H. overgeleverd aan de officier van justitie. Hij wordt per koets overgebracht naar de gevangenis te Helpman. Na drie dagen in hechtenis te hebben gezeten, wordt H. vrijgelaten. De officier van justitie is overtuigd van zijn onschuld. Toen het misdrijf werd gepleegd zat H. al in de tram. De echte dader is nooit gevonden. Einde verhaal? Niet voor H.

Heijkens slaat terug
Op 2 oktober 1897 verschijnt een groot ingezonden artikel in het Nieuwsblad van het Noorden van de hand van H. Heijkens, voorzitter van de Algemene Groninger Werkliedenvereeniging. Heijkens geeft daarin aan hoe hij volkomen onterecht is beschuldigd van een ernstig misdrijf en hoe schandalig hij behandeld is. Dit alles onder de titel “een rechterlijk drama”. Zo schrijft hij hoe de confrontatie met het slachtoffertje verlopen is. Die had hem eerst helemaal niet herkend en had zelfs gezegd: „dat is hem niet, die had een dikke zwarte snor”. Toen had de politie hem andere kleren aangetrokken en weer geconfronteerd met het slachtoffer, waarbij de rechercheur tegen haar zei “nu moet het hem wezen”. Zij had daarop bedeesd gezegd “ja, het is hem”. Ook de beide andere kinderen hadden onduidelijke verklaringen afgelegd.

Geen goed woord heeft Heijkens voor wat hem in Haren overkomen is. “De burgemeester van Haren, jonkh. mr. Quintus, voor wien ik vrijdagavond gebracht werd, achtte het niet de moeite waard mij met een enkel woord of zelfs een blik te verwaardigen”. “Zonder mij iets te vragen of iets te onderzoeken, liet hij mij opsluiten in een hok. En welk een hok. Stel u voor, dat in die cel een vierkante bak stond, waarin twee vuile, verscheurde koffiebalen, waarnaast een vuil onooglijk stuk oud tapijt lag. Een even vieze zak, gevuld met een handje vol stof, wat onkenbaar was, moest dienen tot hoofdkussen, terwijl even voor mijn insluiting nog een soort van een dekentje in den bak werd geworpen, dat mogelijk tot dekking moest dienen. Verder was de vloer van den bak, mijn legerstede?, bedekt met asch, steengruis en stukken glas met nog natte verf besmeerd, zoodat het geheel gerust met een varkenshok op één lijn gesteld kan worden. Geen wonder, dat ik mijn kleeren en nog minder mijn lichaam niet aan dien vuilnishoop waagde en besloot den nacht zittende op een bankje, slapeloos door te brengen”.

Aanval op burgemeester Quintus
De heer Heijkens stelt zich nadrukkelijk op als een martelaar, en een slachtoffer van de gevestigde orde en zeker van die bourgeois burgemeester van Haren. “Ik beschuldig den burgemeester van Haren van machtsmisbruik én mishandeling en noodig hem uit, zich openlijk te verdedigen, evenals mijn eer in 't publiek is beledigd geworden”. Op de vergadering van 6 oktober 1897 van de Groninger Werkliedenvereeniging wordt Heijkens met luid applaus welkom geheten. Iedereen spreekt schande van wat hem overkomen is en men looft f.50,- beloning uit voor het vinden van de echte dader van het misdrijf, waarvan voorzitter Heijkens zo valselijk en onterecht beschuldigd is geweest. Ook besluit men een brief te schrijven aan de officier van justitie met het verzoek om Heijkens in het openbaar te rehabiliteren. In de Tweede Kamer worden zelfs vragen gesteld over de behandeling, die Heijkens heeft moeten ondergaan. Politieke ambten lijken voor Heijkens in het verschiet te liggen. Maar zover zal het niet komen.

Heijkens ontmaskert als fraudeur
Nog geen maand na de glorieuze vergadering van de Groninger Werkliedenvereeniging lezen we in het Nieuwsblad van het Noorden het volgende. “De heer H. Heijkens die nog zeer onlangs de wereld in beroering bracht over de slechte behandeling van een onschuldig verdachte, is zaterdagavond Iaat door den hoofdinspecteur van politie in zijne woning aangehouden en door den officier van justitie gebracht voor den rechter-commissaris, om zich te verantwoorden ter zake verduistering en valschheid in geschrifte, welke door hem gepleegd waren in zijne qualiteit als penningmeester van het fonds: „Vrij dokter en apotheker", behoorende aan de Groninger Werkliedenvereeniging." Op 7 november 1897 besluit de ledenvergadering van de Werkliedenvereeniging voorzitter H. te royeren als lid van de vereniging en de uitgeloofde premie van f.50,- in te trekken. De rechtbank te Groningen veroordeelt H. tot 1,5 jaar gevangenisstraf.

Op de foto staan vier veldwachters voor het cachot achter het gemeentehuis. Tweede van rechts is J, de Lange. Rechts naast hem staan de gemeenteveldwachters F. Welbergen en J. Staal. En links de rijksveldwachter te Helpman H. de Waard. De foto staat in ‘Politie, vroeger en nu in Haren’, geschreven door Drs. R.I.A. Nip (Harener Historische Reeks nr 3) en ook op Beeldbank Groningen.

De columns ‘Harener Historie’ worden geschreven door Eppo van Koldam. De eerste 78 columns zijn verschenen in het Harener Weekblad. De serie is per 1 april 2020 voortgezet op www.oldgo.nl. Deze column is eerder gepubliceerd in het Harener Weekblad op 16 oktober 2019.