Sneeuw

De bovenstaande foto laat een mooi plaatje zien van de Lutsborgsweg in de sneeuw in 1981. Eigenlijk wil ik het helemaal niet hebben over zo’n mooi plaatje. Sneeuw kan ook verdraaid vervelend zijn. Vooral als wegen volledig onbegaanbaar worden. Gelukkig hebben we tegenwoordig heel wat materieel om zo’n situatie de baas te worden en staan er dag en nacht veel medewerkers van gemeentewerken paraat. Maar hoe ging dat vroeger?

De burgemeester grijpt in
Op 19 december 1846 om 09.00 uur vertrekt burgemeester Rudolf de Sitter uit Groningen om af te reizen naar zijn huis Voorveld in Harenermolen (Rijksstraatweg 361 te Haren). Het heeft de dagen daarvoor flink gesneeuwd, maar dat gaf niet veel problemen. Nu is echter een wind opgestoken en die blaast de sneeuw op in stevige sneeuwduinen vooral daar waar de wind op de open vlakte vrij spel heeft. De Sitter merkt dat, wanneer hij is aangekomen bij het Helper Tolhek (iets ten zuiden van het huidige kruispunt Van Ketwich Verschuurlaan/Goeman Borgesiuslaan/Verlengde Hereweg). Hier eindigt de bebouwing en beginnen de open velden ter weerszijden van de straatweg. Een sneeuwdam verspert hem de verdere doorgang. De diligence naar Zwolle, die om 08.30 uur met vijf paarden bespannen uit Groningen vertrokken was, is inmiddels van Helpman naar Groningen terug gereden. En de postwagen op Coevorden wacht in Helpman betere omstandigheden af. Maar, zoals De Sitter later aan de gouverneur (= commissaris van de koning) schreef: “ik begreep aan mijn verpligting als hoofd van het plaatselijk bestuur van deze gemeente te kort te doen, zoo ik niet zorgde, dat de gemeenschap langs den groten weg, zoo verre de gemeente Haren reikte, ten spoedigsten wierd hersteld”. De Sitter is jarenlang militair geweest en voor geen kleintje vervaard. Ik vermoed, dat hij genoot van deze uitdaging.

Raadslid Wilphorst
Tegenwoordig kennen we raadsleden vooral als ‘vergadertijgers’ in de raadszaal. Vroeger lagen de verhoudingen heel anders en moesten de raadsleden ook allerlei hand- en spandiensten verrichten. Als eerste benadert De Sitter raadslid Egbert Jans Wilphorst. Die woont niet ver van het tolhek en hij krijgt de opdracht om met een aantal arbeiders de weg vrij te maken tot de Esserweg.

De situatie in Haren
Intussen slaagt De Sitter er met de nodige hindernissen in het dorp Haren te bereiken. Daar treft hij een rijtuig aan van de stalhouder P.J. Deltour uit Groningen, waarmee gevangenen van Groningen naar Assen moesten worden gebracht. Het rijtuig is in de sneeuw vastgelopen en gekanteld. Het rijtuig wordt weer overeind gezet en terug gestuurd naar Groningen. Wethouder Rummerink heeft met de inwoners van het dorp Haren de sneeuw in het dorp grotendeels opgeruimd, maar buiten het dorp is het nog een grote puinhoop. Hier is veel meer inzet nodig. De Sitter besluit door klokklepping (= het luiden van de klok in de toren) een groot aantal arbeiders op te roepen. Binnen korte tijd zijn 32 man aan het werk om tussen Haren en Helpman en vanuit Haren richting Harenermolen de weg weer begaanbaar te maken.

Te voet verder

Ten zuiden van de dorpskom (dus bij de huidige rotonde met de Emmalaan) kan De Sitter met zijn rijtuig ook niet verder. Hij besluit zijn weg te voet te vervolgen. Bij zijn huis Voorveld in Harenermolen aangekomen zet hij direct zijn eigen arbeiders aan het werk. Voorts geeft hij raadslid Jan Bos in Glimmen opdracht om de weg door Glimmen tot de Punterbrug te doorgraven. Jan Bos schakelt hier 7 arbeiders bij in. Om drie uur ’s middags is de gehele straatweg over Harens grondgebied van Helpman tot de Punterbrug weer begaanbaar.

De afwikkeling
Nog dezelfde dag stelt De Sitter de Hoofdingenieur van den Waterstaat in de provincie op de hoogte van wat hij allemaal ondernomen heeft met daarbij een nota van f.11,- voor de inzet van de arbeiders, die van hem zelf nadrukkelijk niet mee gerekend. De Sitter moet echter constateren, dat zijn optreden “door de heer Hoofdingenieur niet in dien geest is opgenomen, waarmede ik dezelve heb verrigt”. Anders gezegd, volgens de Hoofdingenieur was al die drukte helemaal niet nodig geweest. Voor het terug bekomen van de betaalde lonen aan de arbeiders wordt De Sitter verwezen naar de onderhoudsaannemer van de straatweg. Dat is helemaal tegen het zere been van De Sitter, “het beneden mijn waardigheid oordelende als hoofd van het plaatselijk bestuur, mij, ter bekoming van restitutie tot een onderhoudsaannemer te laten aanwijzen”. Nadrukkelijk roept De Sitter de hulp van de gouverneur in. Moet hij de volgende keer dan gewoon niets doen en maar afwachten of de onderhoudsaannemer er met een paar medewerkers in slaagt om de weg sneeuwvrij te maken? Het is zijn eer te na. En uiteraard wordt de gouverneur ook vriendelijk verzocht om te regelen, dat die f.11,- alsnog terug komt.

Bij de foto: Lutsborgsweg in de sneeuw 1981 (Foto Rob Sijtsema)

De columns ‘Harener Historie’ worden geschreven door Eppo van Koldam. De eerste 78 columns zijn verschenen in het Harener Weekblad. De serie is per 1 april 2020 voortgezet op www.oldgo.nl. Deze column is eerder gepubliceerd in het Harener Weekblad op 25 december 2019.