Burgemeester Lodewijk Theodorus Jorissen

Op 12 september 2020 organiseerde de Harense Historische Kring ‘Old Go’ een excursie naar het gebied van de Hof te Hemmen direct ten noorden van de Molenbuurt in Haren. Een gebied, waar in een aantal perioden in de geschiedenis van Haren interessante ontwikkelingen hebben plaats gevonden. Ontwikkelingen, die maar weinig sporen hebben nagelaten. Uiteraard kwamen die schaarse sporen tijdens de excursie in beeld. Voor nadere informatie over de excursie verwijs ik naar www.oldgo.nl.

Een van de interessante ontwikkelingen is de bouw van een groot fabriekscomplex in 1838. Van dit complex is nu alleen een deel van het gegraven toegangskanaal achter transferium II nog zichtbaar in de vorm van de zogenaamde Jorissensloot. Nadat de aanvankelijke oprichters zich terugtrekken raakt in 1840 Lodewijk Theodorus Jorissen betrokken bij deze fabriek, waar moutwijn en harde zeep worden geproduceerd. Jorissen is in 1816 geboren te Amsterdam, maar heeft via zijn moeder Sophie Louise Nobel, die opgroeide op het huis De Mikkelhorst te Haren, ook Harense roots. In 1839 is hij getrouwd met Maria Sara Gasinjet, die afkomstig is van het huis Vennebroek te Paterswolde. Eind 1842 of begin 1843 komt Jorissen in Haren wonen in de directeurswoning, die behoort bij het fabriekscomplex. Later zal deze woning bekend staan als Huize Buitenzorg.

De fabriek was al geen succes voor de komst van Jorissen en dat wordt na zijn komst naar Haren niet beter. We mogen, denk ik, gerust spreken van een totale mislukking, die waarschijnlijk ook een grote impact heeft gehad op het gezinsleven van de familie. Er zijn zelfs enige aanwijzingen, dat Jorissen emigratie naar Amerika heeft overwogen. De kanteling voor Jorissen komt in 1848. Het is een jaar van opstanden in geheel Europa en hoewel in Nederland geen opstand plaats vindt, komen er wel grote veranderingen. Onder leiding van Thorbecke gaat er een nieuwe wind waaien en ontstaan er nieuwe perspectieven. Jorissen lift mee op deze veranderingen. Hij wordt politiek actief en komt in 1851 in de gemeenteraad van Haren. Een jaar later gooit burgemeester Rudolf de Sitter het bijltje er bij neer, omdat hij alle moderne fratsen van de liberaal Thorbecke niet bij kan benen. Op voorspraak van Thorbecke persoonlijk wordt Jorissen dan door de Koning tot burgemeester van Haren benoemd. De andere kandidaat, raadslid J.J.A. Quintus, is volgens Thorbecke nog te veel de oude orde toegedaan.

Daar waar Jorissen als industrieel en zakenman niet veel succes had, heeft hij dat wel als burgemeester. Reeds bij zijn intrede op 5 juli 1852 spreekt hij ferme taal: “Dan mag ik mij vlijen de goedkeuring van het merendeel mijner gemeentegenoten te zullen verwerven. Geen vrees zal mij in het goede terughouden. Geen moeite te groot om met de wet als richtsnoer het goede doel naar mijn beste weten te bereiken”. Jorissen betoont zich inderdaad een betrokken en actieve burgemeester. Zo lezen we in de Groninger Courant van 24 oktober 1856 over zijn handelen bij een ernstig ongeval te Noordlaren: “Ter gelegenheid van de Zuidlaarder markt is in de nabijheid van Noordlaren een groot ongeluk voorgevallen. Van een der vele rijtuigen die den weg passeerden, liep een rad uit, waardoor de paarden op hol geraakten. Zij kwamen voor den wagen weg en liepen in snelle vaart den weg langs. Twee zich op weg bevindende personen werden door hen omver gelopen, waarvan de ene, zijnde R. Monkhorst alhier, zeer ernstig gewond werd. Hij werd naar het huis van den heer R. Klinkhamer gedragen in tegenwoordigheid van den burgemeester van Haren, die zich alle moeite gegeven heeft om hem zoo veel mogelijk tot bewustheid te brengen”.

Op 3 juli 1892 is Jorissen 40 jaar burgemeester van Haren. Dit wordt groots gevierd. Roelf Kuipers, die overigens als oud-schoolmeester en klerk op het gemeentehuis niet als een volledig neutrale waarnemer gezien kan worden, schrijft een uitvoerig lofdicht op Jorissen.

"Dat zijn er nu reeds 40 jaren,
Dat gij als Hoofd van 't bloeiend Haren
Met kracht en ijver werkzaam zijt.
Zo vloden heen die stille uren,
Waarin Gij binnen enge muren,
Al uwe krachten hebt gewijd!
Dat immer de gemeente bloeie,
Uw raad en hulp steeds milder vloeie,
Waar 't geldt de welvaart der gemeent'!
Dan zal de eendracht nimmer wijken,
En meer en meer zal 't klaarder blijken,
Dat hoofd en leen nauw zijn vereend.
Dat Gij nog lang, nog lang moogt leven,
Dit moge God, Almachtig, geven!
Die bee, die wensch ontspringt mijn hart.
Leef lang nog, grijze Burgervader!
Dit wenscht de heel' Gemeent' te gader,
en deze bee vloeit uit het hart”.

Uiteraard wordt een feestelijke vergadering van de gemeenteraad gehouden met een lange toespraak van oudste wethouder Roelf Hornhuis. Ook zijn er diverse cadeaus. Zo krijgt Jorissen een fraai bouquet bloemen van de schoolkinderen. In de krant wordt er nog bij vermeld, dat dit bouquet werd geleverd “door den bloemist W. Vrieling Lzn, alhier, die ook de meeste versieringen op zoo smaakvolle had aangebracht”.

Kort na zijn 40 jarig jubileum treedt Jorissen terug als burgemeester. Hij blijft dan nog even raadslid. In 1894 verhuist hij naar zijn dochter Titia in Arnhem. Daar is hij op 7 maart 1895 overleden. De foto is gemaakt te Arnhem, dus mogelijk kort voor zijn overlijden.

Hoe groot de waardering voor Jorissen als burgemeester was blijkt ook nog uit het volgende bericht in het Nieuwsblad van het Noorden van 11 december 1892. “Ter gelegenheid der herstemming voor een lid van de Provinciale Staten op woensdag jl. werd, namens verreweg de meeste kiezers die aan de stemming hadden deelgenomen, het volgend adres gezonden aan den heer Commissaris der Koningin in deze provincie:
"geven met verschuldigde eerbied te kennen: ondergeteekenden allen kiezers in de gemeente Haren;
dat zij met groot leedwezen vernomen hebben, dat de heer Lodewijk Theodorus Jorissen, burgemeester dezer gemeente, zijn eervol ontslag aan H.M. de Koningin, weduwe regentes heeft aangevraagd;
zij meenen in den geest te handelen van het grootste deel der gemeente Haren wanneer zij u H.E.d.Gestr. verzoeken den heer Godfried Carel Jorissen, burgemeester der gemeente Noorddijk, in deze gemeente geboren, haar door en door kennende, ook doordat hij hier reeds vroeger gedurende 2 jaren ongeveer ter secretarie werkzaam was, op de aanbevelingslijst te plaatsen, opdat onze geëerbiedigde Koningin in de gelegenheid worde gesteld, hem als opvolger van zijn geachten vader als hoofd dezer gemeente te benoemen.
In deze op uwen steun rekenende hebben wij de eer te zijn. Uw onderdanige dienaren" (volgen de handteekeningen).
Naar men ons nader mededeelt, hebben ook eenige landbouwers het plan opgevat een adres te zenden van dezelfde strekking aan H.M. de Koningin”.

Het adres aan de Commissaris der Koningin vindt geen gehoor. In plaats van de jonge Godfried Jorissen wordt de 63-jarige Cornelis Henric Quintus, voorheen burgemeester van Adorp, tot opvolger van Jorissen benoemd. Hij wordt in Haren met weinig enthousiasme ontvangen.

Huize Buitenzorg is in 1905 volledig afgebrand, maar tijdens de excursie waren nog niet eerder in Haren vertoonde foto’s te zien.

Bij de foto van Lodewijk Theodorus Jorissen: foto gemaakt door fotograaf C.E. Westerborg te Arnhem, Groninger Archieven, toegang 1119, inventarisnummer 34.

De columns ‘Harener Historie’ worden geschreven door Eppo van Koldam. Iedere twee weken verschijnt een nieuwe column. De eerste 78 columns zijn verschenen in het Harener Weekblad. De serie is per 1 april 2020 voortgezet op www.oldgo.nl. Dit is digitale column nr 13