Mijmeringen bij een kaart, deel I

Soms vind ik het gewoon leuk een oude kaart te bestuderen. Wat herken ik nog? Welke structuren zijn nog aanwezig? Wat is juist veranderd? En hoe? En wanneer? De bij deze bijdrage afgebeelde uitsnede uit een topografische kaart van ca 1867 is een leuk voorbeeld. Ik zal u een beetje op weg helpen.

Rijksstraatweg
Rechtsonder vindt u het dorp Haren en de rode lijn naar boven is de Rijksstraatweg. Dat biedt om te starten het nodige houvast. In Haren zien we twee tekentjes voor een molen staan. De huidige molen De Hoop ten westen van de Rijksstraatweg en een molen aan de oostzijde van de straatweg. Dit was de opvolger van de molen, die tot 1822 in Harenermolen stond, toen naar het centrum van Haren werd verplaatst, en in 1885 werd afgebroken. Gaande in noordelijke richting komen we al snel in Hemmen. De grens tussen Haren en Hemmen lag iets ten noorden van de huidige Vondellaan. Rechts van de weg zien we geen Huis de Wolff, want dat dateert van 1892. Wel iets verderop Huize Hemmen van de familie Quintus. Niet het huidige Huize Hemmen, want dat is in 1916 gebouwd door A.W. de Muinck Keizer na afbraak van het in 1840 door O.J. Quintus gebouwde huis. Dan iets verder rechts Huize Esserberg, ook gebouwd door een Quintus. Net als het volgende huis trouwens, De Kamp, op de hoek van de Rijksstraatweg en de weg naar Essen. Dit huis kwam door de annexatie van Helpman per 1 januari 1915 in de gemeente Groningen te liggen. De Kamp is in de ’20 jaren afgebroken. Op de gronden van dit huis verrees in Groningen vervolgens een deel van het villapark met daarin de Kamplaan en de Quintuslaan. Maar de meeste haast had de gemeente Groningen na de annexatie met de aanleg van de begraafplaats Esserveld in de ‘achtertuin’ van De Kamp. Rechts van de Rijksstraatweg tussen Haren en de Esserweg zien we de wegenstructuur van de Oosterweg en de Kerklaan.

Helpman
We komen nu in Helpman, dat in 1866 nog volledig bij de gemeente Haren hoorde. Hier stond wat meer naar achteren het Huis Coenders, of beter gezegd de bij dit huis behorende boerderij, de huidige Coendersborg. Verder naar het noorden zien we Landlust, de boerderij van de familie Vorenkamp, nu een tennispark, en dan weer twee huizen van de familie Quintus: Rustlust en Groenensteijn. Het laatste huis bestaat nog steeds. Dat geldt niet voor Groenendaal, dat we nog weer iets verderop zien. Slechts een straatnaam herinnert aan dit huis van de gelijknamige familie.

De vesting Groningen
Als we Helpman gepasseerd zijn naderen we de vesting Groningen. Eerst komen we door de linie van Helpman, in 1695 ontworpen door Menno van Coehoorn en aangelegd om de vijand verder van de stad af te houden en zo de stad te behoeden voor de schade door kanonvuur. Eind 18e eeuw werd de stelling nog uitgebreid door het graven van het Helperdiepje. De verdediging van ons land was lange tijd gebaseerd op twee principes. In het westen gold een soort zoneverdediging in de vorm van de Hollandse waterlinie. Buiten Holland waren er een beperkt aantal vestingsteden. Groningen was daar een van. De vesting Groningen was geen stadsaangelegenheid, maar een verantwoordelijkheid van de rijksoverheid. In 1874 kwam er een nieuwe Vestingwet en toen mocht de vesting Groningen worden ontmanteld. Ook de linie van Helpman werd toen vrij snel geliquideerd. De meeste gronden bleven echter eigendom van het rijk. Zo kwamen hier later rijksinstellingen, aan de westzijde de Rabenhauptkazerne en aan de oostzijde de gevangenis (nu Mesdagkliniek). En later rijkskantoren (nu het kantoorgebouw Kempkensberg). De linie van Helpman lag tot 1884 bijna geheel in Haren. De Rijksstraatweg liep door tot en met de Helperlinie. Hier op de grens stond vroeger het Boschhuis. In 1892 kwam hier het beginstation van de paardentram van Groningen naar Zuidlaren. De tramlijn in Groningen eindigde hier.

Spoorlijn en station
Gaan we nog weer verder naar het noorden, dan zien we ten oosten van de weg het Sterrebos en schuin daar tegenover aan de westkant de Zuiderbegraafplaats. Nu loopt hier de zuidelijke ringweg. De wijk Oosterpoort bestond in 1866 nog hoofdzakelijk uit moeskerijen en melkhouderijen. Van vaste bebouwing mocht hier geen sprake zijn, want ingeval van nood moest er vanuit de stad Groningen een vrij schootsveld zijn. We zien de vestingwerken van Groningen nog net aan de bovenzijde van de kaart. Maar we zien ook iets vreemds. Er is wel een station en een spoorlijn naar het westen richting Leeuwarden, maar we missen de spoorlijnen naar Assen en Winschoten. Dit heeft te maken met de datering van de kaart en de volgorde van de aanleg van de spoorlijnen. Het wilde in ons land buiten de grote steden in het westen aanvankelijk niet erg vlotten met de aanleg van spoorlijnen. Particulier initiatief bleef uit en daarom heeft het rijk de aanleg van de spoorlijnen in de rest van het land naar zich toe getrokken. Dat gebeurde vanaf 1860. Men dacht toen, dat Harlingen zich zou kunnen ontwikkelen tot een belangrijke overslaghaven. Daarom kreeg de spoorlijn Harlingen-Leeuwarden-Meppel-Zwolle-Arnhem in onze regio prioriteit. Vanuit Arnhem was er dan aansluiting op de spoorverbinding naar Duitsland. De tweede prioriteit was de spoorlijn Leeuwarden-Groningen-Nieuweschans-Duitsland en op de derde plaats kwam dan de lijn Groningen-Meppel. Het traject Leeuwarden-Groningen werd in gebruik genomen op 1 juni 1866, het traject Groningen-Winschoten op 1 november 1868, en op 1 mei 1870 volgde het traject Groningen-Meppel. Met deze jaartallen kunnen we de kaart goed dateren: na 1866 en voor 1868. Overigens was het station aanvankelijk een eenvoudig houten gebouw. Ook het station moest in crisistijd immers snel afgebroken kunnen worden.

Wat nu nog buiten beeld is gebleven is het midden gedeelte van de kaart. Daarover de volgende keer.

De columns ‘Harener Historie’ worden geschreven door Eppo van Koldam. Iedere twee weken verschijnt een nieuwe column. De eerste 78 columns zijn verschenen in het Harener Weekblad. De serie is per 1 april 2020 voortgezet op www.oldgo.nl. Dit is digitale column nr 17.