Rondetende schoolmeesters

Onlangs las ik het boek ‘Onderweg naar 1832, een groepsbiografie uit de Groningse school’, geschreven door Mineke van Essen. Het boek beschrijft de levensgeschiedenis van zes jonge mensen, die belangrijke grondleggers werden voor het lager onderwijs in ons land. Bekende namen onder deze zes jongelieden: Beerent Brugsma en Roelf Rijkens. Op 30 november a.s. zal Mineke van Essen een lezing houden over haar boek. Ik verwijs voor gegevens naar geboektinharen.com. In het najaar kom ik nog wel een keer op deze aankondiging terug.

Wat maakt nu, dat het boek van Mineke van Essen interessant is voor Haren? Het boek biedt een aantal Harense aanknopingspunten, maar de belangrijkste is toch wel, dat Roelf Rijkens zijn onderwijsloopbaan begonnen is in Haren. In 1809 heeft hij eerst drie maanden gewerkt op de school aan de Kerkstraat in Haren. Vervolgens wordt hij op – ongeveer op zijn 14e verjaardag – benoemd tot zelfstandig onderwijzer aan de school te Onnen. Behalve in het aangehaalde boek, wordt de Onnense periode in het leven van Roelf Rijkens ook uitvoerig beschreven in het boek “Onnen tot 2000’ van Roelf Siekmans.

Roelf Rijkens zal drie jaar in Onnen blijven, daarna wordt hij hoofd van een school in Groningen en begint zijn carrière in de onderwijswereld. Overigens moeten we ons van de school in Onnen niet al te veel voorstellen. Eigenlijk functioneerde de school alleen in de wintermaanden, want dan konden de kinderen uit Onnen niet naar de school in Haren lopen. Een salaris voor de onderwijzer was er niet. Hij mocht ‘gratis’ in het schoolgebouw wonen en verder was hij telkens twee dagen bij een gezin in Onnen in de kost. Vandaar de uitdrukking ‘rondetende schoolmeester’. Het schoolgebouwtje stond aan de oostzijde van Onnen (huidig adres Koelandsdrift 10). Het gebouwtje was eigendom van de marktgenoten van Onnen. Dus van de gezamenlijke boeren. Zij waren in die eerste jaren ook verantwoordelijk voor de aanstelling en ‘bezoldiging’ van de onderwijzer.

Gegevens over de periode van Roelf Rijkens in Onnen zijn er in het archief van de gemeente Haren niet te vinden. De gemeente is pas ontstaan in 1811 en toen was Rijkens alweer bijna weg. Van zijn opvolger Jacob Berends Jager weten we wat meer. Deze Jacob kwam uit Slochteren. Hij zal stellig ook een ‘rondeter’ zijn geweest. In 1815 heeft hij in Onnen in de wintermaanden 25 kinderen op school. Illustratief voor deze beginperiode van het lager onderwijs is de gang van zaken bij zijn vertrek in 1817 naar Gasselte. De gemeente schrijft dan aan de Gouverneur (= Commissaris des Konings): “de vertrokken schoolonderwijzer Jacob Berends Jager te Onnen heeft bij zijn vertrek enige door hem zelf betaalde schoolbehoeften als tafels, borden, etc. achter gelaten onder voorwaarde dat dit hem vergoed zou worden”. De gemeente vraagt nu toestemming om uit de post onvoorziene uitgaven f.9,50 te vergoeden aan Jacob Berends Jager.

In 1817 wordt Lubertus van Oosten onderwijzer in Onnen. Hij is opgegroeid in Haren. Zijn in 1812 overleden vader Martinus van Oosten was de eerste veldwachter van de gemeente Haren. Samen met een broer en zus woont Lubertus bij zijn moeder Egberdina Groothuis aan de Straat (nu locatie winkelcentrum De Brinken aan de Rijksstraatweg) in Haren. Moeder Egberdina verdient de kost als vroedvrouw. Lubertus zal geen ‘rondeter’ geweest zijn, vanuit Haren liep hij in de vroege ochtend naar Onnen en na schooltijd liep hij weer terug. In 1827 maakt Lubertus de lucratieve overstap naar de school in Haren. De hulponderwijzer in Haren, Jan Woldring, maakt de stap in omgekeerde richting. Hij trad daarmee in de voetsporen van Roelf Rijkens. Jan Woldring wordt al snel gezien als een van de meest veelbelovende jonge onderwijzers in de regio. Helaas overlijdt hij in 1831. Hij is dan nog geen 20 jaar oud. Schoolopziener Th. Van Swinderen, die ook uitvoerig aan de orde komt in het boek van Mineke van Essen, schrijft aan de burgemeester “Ik heb met zeer veel leedwezen het treurig berigt ontvangen van het overlijden van den jeugdigen onderwijzer J. Woldring. Ik beklaag de schooljeugd van Onnen zeer over het verlies van eenen onderwijzer, van welken ook ik de beste verwachtingen koesterde”.

Wederom wordt in de opvolging in Onnen voorzien door de benoeming van de hulponderwijzer in Haren. Overigens wel na een serieuze sollicitatieprocedure met een tiental sollicitanten. De nieuwe onderwijzer in Onnen wordt Roelf Weeman. Roelf komt uit Paterswolde. Dus hij wordt in tegenstelling tot zijn voorgangers Van Oosten en Woldring weer een ‘rondeter’. Dat dat rondeten niet alleen maar nadelen heeft, blijkt in 1839. Roelf trouwt dan met Margaretha Rolina Hornhuis, dochter van een van de rijkste boeren van Onnen. Het blijkt al snel dat Roelf zich niet beperkt heeft tot mee-eten, drie maanden na haar huwelijk bevalt Margaretha van een dochter. Roelf heeft nu een gezin, dat betekent, dat het rondeten voorbij is. Maar voor de huur van een eigen woning is de toelage van f.15 per jaar, die hij van de gemeente ontvangt om in zijn huisvesting te voorzien, volstrekt onvoldoende. Roelf schrijft aan de gemeente: “Dat de som van f.15,- voor Jan Woldring voldoende geacht kon worden ter verkrijging van inwoning, aangezien hij alleen des middags inwoning te Onnen behoefde, daar hij des nademiddags na het uitgaan der school zich naar zijn ouders te Haren begaf, door deze als kind werd opgenomen, gedurende den nacht bij hen vertoefde en des morgens tegen het begin van den schooltijd weder van Haren naar Onnen ging”. Vervolgens wijst hij op zijn lage salaris. Moet hij dan net als de schoolmeester in Glimmen zijn functie ook combineren met die van kastelein en winkelier? Roelf vraagt zijn jaarlijkse toelage te verhogen tot f.100,-. De gemeente gaat uiteindelijk niet verder dan f.30,-.

Het zal schoonpapa Cornelis Hornhuis zijn geweest, die Roelf Weeman en zijn dochter de helpende hand biedt. Naast zijn grote boerderij (nu Dorpsweg 10) laat hij een huisje bouwen voor het jonge paar (nu Mottenbrink 1). Helaas heeft Roelf Weeman daarvan niet lang kunnen genieten, hij overlijdt in 1844.

Wellicht heeft Roelf Weeman in het begin van zijn Onnense periode nog in het schoolhuis aan de Koelandsdrift gewoond. Bij de volkstelling van 1840 woont hij met vrouw en kind bij zijn schoonvader op Dorpsweg 10. De gemeente laat in 1872 een nieuwe school bouwen aan de Dorpsweg. Het oude schoolhuis wordt vanaf die tijd tot 1900 gebruikt als dienstwoning voor de veldwachter. Ik neem aan, dat de bovenstaande foto uit deze periode komt.

De columns ‘Harener Historie’ worden geschreven door Eppo van Koldam. Iedere twee weken verschijnt een nieuwe column. De eerste 78 columns zijn verschenen in het Harener Weekblad. De serie is per 1 april 2020 voortgezet op www.oldgo.nl. Dit is digitale column nr. 33.