Joodse onderduikers in Haren

Joodse onderduikers in Haren

Op 5 april a.s. komt Jaap Roos naar Haren om te vertellen over zijn onderduikperiode bij de familie Lacoste aan de Meerweg 54 te Haren. Deze lezing wordt georganiseerd door de Harense Historische Kring Old Go. Voor meer informatie over de lezing verwijs ik naar www.oldgo.nl. Zoals ik in mijn vorige column al aangaf, is de komst van Jaap Roos voor mij aanleiding geweest eens wat dieper na te denken over de onderduik van Joden in Haren, Glimmen, Onnen en Noordlaren.

Het standaardwerk over de Joodse inwoners in onze regio is het boek ‘De Joodse inwoners van de stad Groningen en omstreken 1549 - 1945 en hun begraafplaatsen aldaar’ van J.H. de Vey Mestdagh. In dit boek staat ook een opsomming van alle Joden, die in de gemeente Haren hebben gewoond. Die opsomming biedt een vertrekpunt. Een andere publicatie is het korte artikel ‘De Joodse gemeenschap in Haren’ van Wil Legemaat op de website deverhalenvangroningen.nl. Wil geeft in dit artikel aan, dat van de ongeveer 60 Joden in Haren er 33 de oorlog niet hebben overleefd. Ergo, zo’n 27 hebben de oorlog wel overleefd. Dat komt neer op 45%. Dat is een hoog percentage. Landelijk heeft slechts 21% van de Joden de oorlog overleefd en de gemeente Groningen scoort nog slechter met slechts 16%. Dat relatief hoge percentage in de gemeente Haren zal stellig mede te danken zijn aan het feit, dat er – in weerwil van de titel van de publicatie van Wil Legemaat – geen Joodse gemeenschap was in Haren. De Joden in Haren deden niet veel ‘gemeen’. Zij hadden daardoor veel contact met de rest van de bevolking. De Joodse kinderen gingen naar Harense scholen, deden mee bij Harense sportverenigingen en hun ouders zal het niet anders zijn vergaan. Wat een verschil met de Joodse gemeenschap in de Folkingestraat en omgeving in de stad Groningen. En juist contacten buiten de eigen Joodse kring waren nodig om een goede onderduik te kunnen regelen. En dan zal wellicht ook een rol hebben gespeeld, dat de Joodse inwoners van Haren redelijk bemiddeld waren. Ze konden dus, waar dat nodig was, ook een onderduik bekostigen. Toch is mij uit nader onderzoek gebleken, dat er een nog bepalender factor was voor het feit, dat veel Harense Joden de oorlog hebben overleefd: zij waren gemengd gehuwd. Aaltje Nathans, hoofdpersoon in mijn vorige column was daar een voorbeeld van.

Voor haar overlijden heb ik nog contact met Wil Legemaat gehad en zij gaf mij toen aan, dat bij haar publicatie het boek van De Vey Mestdagh het vertrekpunt was geweest. Ik heb dit boek er ook bij gepakt en een overzicht uitgewerkt, waarin alle Joden voorkomen, die in de oorlog in Haren hebben gewoond. Tenminste voor zover dat in redelijkheid mogelijk was, want er blijft altijd een marge van onduidelijkheid. Onderduiken betekent nu een keer, dat je er administratief niet meer bent en dat belemmert nu juist weer de zoektocht. Overigens stemmen de gegevens in het boek van De Vey Mestdagh grotendeels overeen met twee lijsten van Joodse inwoners, die zijn te vinden in het archief van de gemeente Haren. Een andere belangrijke bron voor mijn verkenning was het boek van Wil Legemaat over de Harense oorlogsslachtoffers ‘Van Kwaad tot onvoorspelbaar erger, verhalen achter de namen op de gedenksteen in Haren’. In dit boek staan uiteraard de slachtoffers centraal, maar er staat toch ook heel wat informatie in over de Joden die de oorlog hebben overleefd.

Twee personen hebben de deportatie naar de kampen in Duitsland overleefd: Ruth Kottek en Ernst Wolff. Van acht personen geeft Wil in haar boek aan hoe ze aan de klauwen van de Duitsers hebben kunnen ontsnappen. Zes daarvan, te weten het echtpaar Van Geuns-Adelsbergen, het echtpaar Van Dam-Serphos met zoon Hugo en mevrouw Cohen-Hemelrijk, doen dat door daadwerkelijk onder te duiken. Mevrouw Zadoks-Faijnlebe en zoon Robert slagen er in bij een verhuizing naar Eindhoven verder administratief buiten het beeld van de nazi’s te blijven. Zes andere personen duiken waarschijnlijk ook onder, maar hoe en waar is nog onduidelijk. Met name gaat het dan om vijf leden van de familie Van Blankenstein (Westerse Drift 94) en om mevrouw Van Essen-Van der Rijn (Dilgtweg 12). De overige ongeveer tien personen waren gemengd gehuwd of waren kinderen uit een gemengd huwelijk. Zoals ik in mijn column over Aaltje Nathans al aangaf werden deze personen ‘bis auf weiteres’ niet opgepakt en afgevoerd naar een concentratiekamp.

Kom ik terug op de lezing van Jaap Roos. Hij werd als Joods jongetje ondergebracht in het gezin Lacoste. Jaap Roos zal tijdens zijn lezing vertellen, dat zijn ouders de grootste moeite hadden om hem na de oorlog terug te vinden, maar toen zij hem eenmaal gevonden hadden, kon hij probleemloos naar zijn ouders terugkeren. Dat ging niet altijd zo makkelijk. Een ander Joods kind, dat in Haren werd onder gebracht was Tsjiwja de Swarte. Zij heeft daarover geschreven onder haar nieuwe naam Carla van Dokkum en het boek heeft als toepasselijke titel ‘Eigenlijk heet ik Tsjiwja’. Carla werd opgenomen in het gezin Bruins aan de Westerse Drift te Haren. Haar ouders kwamen om in Auschwitz. Na de oorlog ontstond een vervelend getouwtrek om de voogdij van Carla. Haar pleegouders wilden haar niet kwijt en de familie van haar vader eiste haar op. Naar ik uit het boek van Carla begrijp is dit een situatie, waarin 2000 kinderen van Joodse ouders na de oorlog terecht zijn komen. Een derde Joods kind, dat in Haren werd ondergebracht was Franklin Kater, kleinzoon van de Harense familie Van Dam. Als Fransje de Groot bracht hij de laatste jaren van de oorlog door bij de familie Niemeijer aan de Rijksstraatweg 333. Na de oorlog kon zijn vader hem probleemloos weer ophalen. Theo Niemeijer heeft hierover geschreven in zijn boek ‘Mijn oorlogsjaren in Haren, persoonlijke herinneringen van Theo Niemeijer aan de jaren 1940-1945’. Uit dat boek de foto van Fransje boven dit artikel.

Reacties en aanvullingen zijn zeer welkom ()

De columns ‘Harener Historie’ worden geschreven door Eppo van Koldam. Iedere twee weken verschijnt een nieuwe column. De eerste 78 columns zijn verschenen in het Harener Weekblad. De serie is per 1 april 2020 voortgezet op www.oldgo.nl. Dit is digitale column nr. 52.

Old Go

De Harense Kring Old Go is opgericht in januari 2010 en houdt zich bezig met de geschiedenis van de voormalige gemeente Haren. De gemeente bestond uit de dorpen Haren, Glimmen, Onnen en Noordlaren en de buurtschappen Essen en Hemmen. Op 1 januari 2019 is de gemeente Haren in het kader van de gemeentelijke herindeling samengegaan met de gemeenten Groningen en Ten Boer. 

Gevarieerd aanbod

Lezingen en excursies

(Mede-)Organisatie Open Monumentendag en Dag van de Harense Geschiedenis

Uitgave van Harens Old Goud, 2x per jaar, een tijdschrift met een breed aanbod van artikelen en oude foto's

Publicaties in Haren de Krant

Presentatie en promotie op evenementen.

Info-centrum

Kom eens langs in het Info-centrum van Old Go! Elke eerste donderdag van de maand kunt u van 14.00 tot 16.00u bij ons terecht voor inzage in ons archief. We hebben een luisterend oor voor uw (oude) verhalen met of zonder foto’s. Voor vragen en informatie kunt u mailen naar . Het adres is: Oude Brinkweg 12A, Haren; de trap op naar boven.   

Contact

Wilt u lid worden? U kunt zich aanmelden door middel van het aanmeldingsformulier (zie onder vereniging-lidmaatschap). 

Heeft u een algemene vraag of opmerking? Stuur een mailtje naar

Wilt u een artikel of foto's aanbieden voor Harens Old Goud en/of de website? Stuur een mailtje naar

Heeft u een vraag of opmerking over de website? Stuur een mailtje naar